RK Wageningen

Zondag, 27 september 2020

5de zondag van de vasten Jaar A 2017

Overweging pater Koenen 2 april 2017

Ezechiel  37:1-14
Johannes 11:1-45

Wageningen 2017 

Toen Vincent van Gogh bijna op het eind van zijn leven was gekomen, en hij in het hospitaal van Sint Rémy als patiënt verbleef, schilderde hij het evangelieverhaal, dat u zojuist hoorde voorlezen. 

Als voorbeeld gebruikte hij een ets van Rembrandt, maar als protestant verving hij de Jezusfiguur door een stralende zon. En omdat hij het met zijn vaders Bijbeluitleg grondig oneens was, bracht hij nog twee veranderingen aan op zijn schilderij, die beter bij zijn eigen verstaan van een Bijbelverhaal paste. 

Martha en Maria zijn er herkenbaar als twee vrouwen, die een belangrijke rol in zijn leven gespeeld hadden, en Lazarus lijkt sprekend op Vincent zelf! Zó bracht hij het verhaal dat de evangelist Johannes ons vertelt, in de actualiteit van zijn eigen leven: en weg van de vraag wat er nou precies gebeurd was twee duizend jaar geleden. Die vraag interesseerde hem niet zozeer. Veel belangrijker voor hem was: wat: heeft dit narratief te maken met mijn eigen leven nú? 

Hij begon net juist een beetje op te krabbelen uit een lange periode van psychose, waarin hij a.h.w. dood was geweest, maar nu weer tot leven aan het komen was. Kortom: hij beschouwde het verhaal als een parabel, die hem - letterlijk - ‘op het lijf geschreven was’. 

Ook de liturgie lijkt ons vandaag op die weg te zetten. Als eerste lezing heeft men gekozen voor een prachtige tekst uit de profeet Ezechiel. Ook hier komen dorre doodsbeenderen opnieuw tot leven, maar de ziener zelf verklaart dit visioen uitdrukkelijk als een parabel. Het verbeeldt en voorspelt de terugkeer van de ballingen uit Babylon naar Jeruzalem, waar hun een nieuw leven wacht. 

Er is natuurlijk niets op tegen om beide lezingen te zien als onderstreping van onze geloofsbelijdenis: ik geloof in de opstanding van de doden. Tot op de dag van vandaag is dat gedaan zowel in de joodse traditie als in de Christelijke kerken. En miljoenen mensen vinden daar – terecht - hun troost bij. 

Naast die traditionele lezing blijft ook de visie van Vincent van Gogh van onschatbare waarde, namelijk: wat heeft dit onmogelijke verhaal te betekenen voor mijn leven nú, in mijn situatie, op dit moment van mijn bestaan? 

Met zijn schilderij heeft de kunstenaar de kern van dit lange verhaal geraakt. De vraag, die dit verhaal ons stelt, is: waar ben ik dood? Wat is er in de loop van mijn leven in mij gestorven? 

Voor de één zal dat zijn: zijn of haar creativiteit. Of: zijn spontaneïteit misschien, het gevoel voor humor, het vermogen om lief te hebben, de vroomheid van mijn jeugd, mijn optimisme, mijn vertrouwen in mensen, mijn energie, of de kracht om iets te maken van mijn leven. 

Ieder van ons heeft wel een of andere deuk opgelopen in de strijd om het bestaan. De een meer, de ander misschien wat minder, maar gewond zijn we eigenlijk allemaal. We zouden dat 'de kleine dood' kunnen noemen. 

Een tweede vraag, die het schilderij zowel van Rembrandt als van Vincent van Gogh oproept, is: waar vind ik nu de levengevende kracht, die mij weer op mijn voeten zet, die de windsels van mijn onvrijheid losmaakt en die de blinddoek voor mijn ogen wegneemt? Wie is toch in mijn leven die stralende Zon? 

We zouden te vlug zijn als we daar onmiddellijk: ‘Jezus’ op zouden antwoorden. Dan hebben we nog niet voldoende naar het verhaal geluisterd. Want Jezus is hier niet alléén aan het werk. Hij is omgeven door veel mensen: daar zijn de leerlingen, die ‑ in angst en beven ‑ toch maar met hem meegaan naar dat gevaarlijke Judea. Daar is Martha met haar sterke geloof, Maria met haar warme liefde, de vele mensen, die troostend hen nabij zijn. Zij allen trekken mee naar het graf en ondersteunen Jezus bij zijn tocht. 

Heel bijzonder zouden we de talloze toespelingen op de warme genegenheid van Jezus voor Lazarus moeten bemediteren: hij die u lief hebt, is ziek, wordt hem gemeld. Verwonderd zouden we stil moeten staan bij Jezus emotionaliteit rond het sterven van zijn vriend. Hij heeft hier niets van een Onbewogen Albeweger, maar hij vertoont de trekken van Gods ‑ bijna menselijke ‑ betrokkenheid bij al het lief en leed van mensen, zoals het Oude Testament niet aarzelt breed uit te meten. Of, zoals de oosterse kerk zo graag zingt: in Jezus is de menslie­vendheid van onze God verschenen! 

Wanneer Lazarus weer tot leven komt, dan is dat te danken aan het gebed van Jezus, die een beroep doet op de hartverwarmende liefde van God en de genegenheid van omstanders: vrienden en familie en kennissen. 

Wanneer we wat dood‑is‑in‑ons opnieuw tot leven willen laten komen, dan moeten we op zoek gaan naar de krachtbron, die we God noemen, en die woont in ons hart. Maar om Hem te vinden, hebben we de steun nodig van de velen om ons heen, die ons in liefde willen dragen en verdragen, We hebben elkaars geloof broodnodig, opdat ook in ons leven het onmogelijke mogelijk wordt. 

Kortom: dat is, wat Jezus bedoeld heeft met zijn gemeenschap, de kerk: een groep mensen, die elkaar opnieuw tot leven brengen, uit liefdeskracht van hem, die onze Vader en weldoener is, en die zijn zoon gezonden heeft om ons dit te leren. 

Maar misschien zit u al de hele tijd te denken: ja, maar dat kan toch niet, dat iemand uit de dood opstaat? Dat is toch in der eeuwigheid niet gehoord?! 

Misschien hebt u het gezien in uw omgeving of ‑ sterker nog ‑ zelf wel meegemaakt, dat je kon zeggen: na die gebeurtenis, na die training, na die operatie, na dat sterfgeval ben ik eigenlijk pas ècht gaan leven. Op dat moment, kreeg ik weer terug, wat in de loop van mijn bestaan verloren was geraakt. 

Dat zou je dan een 'opstandingservaring' kunnen noemen, een toegang om het verhaal van Lazarus te kunnen lezen, zoals het wellicht ook door de evangelist bedoeld is. Op zo'n ervaring zou je heel zuinig moeten zijn, want dergelijke ervaringen kunnen je helpen om te gaan geloven, dat ook de totale en uiteindelijke dood van de mens, toch niet het einde van iemand is. 

Dat is de betekenis van het feest
waar we samen naar op weg zijn,
het Paasfeest:
dat lijden en dood niet en nooit het laatste woord hebben,
maar dat er ook dan nog een nieuwe en stralende morgenzon is,
de lentezon van Pasen,
die ons wacht.

 

Secretariaat

Bergstraat 17
6701 AB Wageningen
0317 - 747111
Email 

 

Bereikbaarheid
Ma t/m vr van 10:00 – 12:00
In spoedgevallen:
06 - 16 77 77 05 (24 uur /7 d)

ICC (English)

Parochieblad

Copyright © 2020 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.