RK Wageningen

Zaterdag, 26 september 2020

3de zondag van de vasten Jaar A 2017

Overweging pater Koenen 19 maart 2017

Exodus 17:1-7
Johannes 4:4‑42

Wageningen 2017

 

De eerste lezing, het verhaal dat ons moet toeleiden naar het evangelie, gaat over gebrek aan water in de woestijn en hoe de Eeuwige daar op wonderlijke wijze in voorziet. Ook het evangelie gaat over dorst en over vragen om water. Water - en alles wat met water samenhangt, zoals dorst en het delen van die levengevende drank - is blijkbaar bedoeld als het religieuze motief voor vandaag in de dienst van het Woord. 

We weten dat water de bron is van alle leven op aarde. Zonder water is het leven, zoals wij dat kennen, niet mogelijk. Een belangrijk onderdeel van de huidige klimaatproblematiek is de vraag: zal er op den duur wel voldoende - en vooral gezond en drinkbaar - water beschikbaar zijn voor de steeds groeiende wereldbevolking? 

(Een goede reden dus om zuinig en eerbiedig om te gaan met dat kostbare vocht, dat bij ons zo maar en op ieder gewenst ogenblik uit de kraan stroomt) 

Hoe het ook zij, de Bijbel heeft weet van de onvervangbaarheid van water voor het leven. Maar daar op doordenkend, ziet de Schrift water ook als een symbool voor wat onmisbaar is voor het geestelijk leven, ‘water’ staat ook voor: het Woord Gods, voor: Thora.           

Ik durf zeggen: alle Bijbelverhalen, waarin water een rol speelt, gaan -  ten diepste - over Thora. Zo ook onze twee lezingen van vandaag. 

Bovendien is in de Bijbel de waterbron een plek, waar liefde ontspruit. Hier, op deze plaats bij de waterbron werd Rebbeka, de vrouw van Izaak gezien en gevonden. Jakob vond daar zijn allerliefste, zijn Rachel en ook Mozes ontmoette bij de waterput zijn levensgezellin, Zippora. 

Op deze, bijna romantische plaats opent Jezus zijn hart voor de naamloze vrouw uit Samaria. En niet voor haar alleen, maar voor alle verguisde en geminachte Samaritanen. Hier zet hij de deur van zijn toekomstige gemeenschap wagenwijd open voor deze groep mensen, voor die tweederangsburgers.
Want wie er ook in Israel Samaritanen discrimineerden… Jezus doet daar niet aan mee. In tegendeel zelfs. Hij stelde een Barmhartige Samaritaan ten voorbeeld boven priester en leviet.
Deze twee gegevens (‘water’ als symbool voor ‘Thora’ en ‘waterput’ als ‘bron van liefde’) bieden ons de mogelijkheid om het evangelie van vandaag op zijn rijke mystieke kwaliteiten te lezen. 

Na wat voorzichtige, aftastende opmerkingen begint er een intiem gesprek tussen Jezus en de vrouw: Geef mij wat water, zegt Jezus, ik dorst… dorst naar Thora. De vrouw snapt het niet. Zij heeft – net als wij –moeite om ‘water’ te verstaan als Thora. Als Jezus duidelijk probeert te maken, dat hij het niet over gewone dorst heeft, maar over water dat iedere dorst wegneemt, voor eeuwig zelfs… springt er nog geen enkel vonkje van begrip over. 

Of toch wel? Kennelijk is de vrouw geraakt, misschien niet door de woorden van Jezus dan toch door zijn gemakkelijke toegankelijkheid, zijn lieve menselijke nabijheid. 

Nauwkeurig lezend, zie je hoe de vrouw steeds dichter bij het hart van Jezus geraakt, dichter komt bij wie hij is. Aanvankelijk is Jezus voor haar niet meer dan ‘ook maar een jood’, maar dan, wat aarzelend ‘bent u soms groter dan onze vader Jakob’? En plotseling – nadat Jezus haar liefdesleven ontrafeld heeft - : ik zie dat u een profeet bent! 

Blijkbaar is ze zelf geschrokken van haar stoutmoedige uitspaak. Ze vlucht in een theologische discussie: waar moeten we aanbidden? Wij zeggen dit en jullie zeggen dat… Maar Jezus houdt vast aan hun beider geloofsgesprek over de Thora. Het gaat me niet over gebouwen, het gaat me zelfs niet over Jeruzalem of over de berg Gerazim, wij willen het hebben over: aanbidden in geest en waarheid! 

Als terloops laat de vrouw nu het woord ‘Messias’ vallen. Begint zij te vermoeden wie haar lieve gesprekspartner is? Meer dan Jakob? Meer dan een profeet? De Messias zelf? Ongevraagd voegt zij de Samaritaanse definitie van ‘Messias’ aan haar woorden toe. 

Nu moet u weten, dat de Samaritanen geen Koning Messias verwachtten, geen Zoon van David. Zij kennen immers slechts de vijf Boeken van Mozes. Zij, de Samaritanen, keken gelovig uit naar Mozes, die als leraar uit de hemel zou terugkeren en zou afdalen naar de aarde ‘om ons alles te vertellen’ wat hij daar boven gezien en gehoord had. 

Op dit moment gebeurt er in het narratief iets, dat je m.i. wereldschokkend kunt noemen. Jezus neemt die beeldtaal van de Samaritanen over en zegt tegen die vrouw: ik ben het, ik, die uit de hemel ben neergedaald. Ik ben niet alleen Zoon van David, Koning Messias, Ik ben ook Messias Leraar, ik ben de Nieuwe Mozes, die jullie, Samaritanen verwachten. 

Uit het boek Handelingen der Apostelen weten we, dat veel Samaritanen zich na Pasen hebben aangesloten bij de beweging, die Jezus in gang heeft gezet. Zij brachten hun Samaritaanse theologie mee en hebben daarmee grote en belangrijke invloed uitgeoefend op het evangelie van Johannes, op de geloofstaal van de kerken en op de verwoording van ons geloven. 

Want in de huidige christelijke kerken wordt – naast het joodse geluid - ook de Samaritaanse stem gehoord, bijvoorbeeld als we zingen: Gij komt van also hoge, van also veer

Als we zeggen: Jezus is de redder van wereld: citeren we het Samaritaanse geloofsgetuigenis, dat zij uitspraken tegen de vrouw, nadat ze zelf Jezus hadden gehoord. 

Je kunt je dan ook afvragen: heeft dit verhaal, deze uitleg ook iets specifieks voor onze tijd te bieden? Wat mij zo boeit in dit narratief, is de moed van de vertelde Jezus. Hoewel hij leeft in een zeer sterke traditie, vertoont hij grensoverschrijdend gedrag. Hij spreekt met iemand van een andere geloofsovertuiging, en hij doet dat op het niveau van gelijkwaardigheid! 

Zou hier voor ons geen les te trekken zijn?… Vooral nu mensen met een niet-christelijk geloof onze buren geworden zijn, Boeddhisten, Moslims en Hindi? Of – zoals Vaticanum II het verwoordde: 

‘in iedere wereldgodsdienst
zijn sporen te vinden
van het werken
van Gods heilige Geest’. 

Jezus haalde die Samaritaanse parel
voor ons naar boven

Secretariaat

Bergstraat 17
6701 AB Wageningen
0317 - 747111
Email 

 

Bereikbaarheid
Ma t/m vr van 10:00 – 12:00
In spoedgevallen:
06 - 16 77 77 05 (24 uur /7 d)

ICC (English)

Parochieblad

Copyright © 2020 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.