RK Wageningen

Zondag, 27 september 2020

7de zondag door het jaar A 2017

Overweging pater Koenen 19 februari 2017

Leviticus 19:1-4+11-18
Matteüs 5:38-48 

Wageningen 

Het zou me niet verwonderen als sommigen van ons zouden menen, dat de formulering van de tien geboden onwrikbaar vast ligt, a.h.w. in beton gegoten. Dat is echter niet zo. Al in de Bijbel zijn reeds verschillende pogingen gedaan om tot een herformulering te komen. In de beide lezingen van vandaag hebben we daar voorbeelden van gehoord. Eén herformulering kwam van het boek Leviticus, de ander werd door Matteüs in het evangelie opgetekend uit de mond van Jezus. 

Ook de rabbijnen zullen nu zelfs zeggen: iedere generatie moet over die Tien Woorden opnieuw nadenken en vaststellen wat ze voor onze tijd te betekenen hebben, gezien de vragen en problemen van de moderne samenleving. Zo kennen wij nieuwe vragen o.a. rond geboorte, rond sterfte, rond huwelijk en seksualiteit. Vragen die biddend en mediterend gesteld moeten worden en beantwoord. 

Misschien dat de eerste lezing (uit Leviticus) kan helpen om eens dieper over de vertrouwde geboden na te denken. Die lezing is een prachtige nieuwe tekst vergeleken met de versie uit Exodus, die wij gewoonlijk gebruiken. Deze auteur heeft drie ingrijpende en betekenisvolle veranderingen in de tekst aangebracht. 

De eerste wijziging is in de volgorde van de eerste drie geboden. Daarbij gaat hij uit van de beleving van een baby. Voor een baby en ook voor een kleuter en een kind is niet het eerste gebod ‘de Heer uw God’, maar de ouders – zelfs niet ‘vader en moeder’ – maar, zo schrijft hij: Toon ontzag voor je moeder en je vader. Moeder voorop, want moeder is de allereerste mens, die hij of zij ontmoet. Zij baart, draagt en voedt hem. In haar armen voelt hij zich veilig en geborgen, bij haar lichaamsgeur is hij thuis. Wat later komt ook de vader als vertrouwde figuur in zijn wereld. Het gebod om beide ouders te eren is in deze versie dan ook het eerste gebod. 

Het kind groeit op en gaandeweg ontdekt het dat niet alle dagen in huis hetzelfde zijn. Eén dag staat apart. De Sjabbat - in onze cultuur de zondag. Die dag moet in ere gehouden worden. Het tweede gebod. Langzamerhand gaat het kind ontdekken – tenminste dat hoop je – dat er iemand in huis nog belangrijker is dan moeder en vader: God de Heer. Tot hem wordt gebeden, over hem worden verhalen verteld en over hem wordt voorgelezen. Over Hem eren gaat het derde gebod. 

Het kind is nu toegerust om ook de geboden te leren kennen, die betrekking hebben op ons maatschappelijk gedrag, onze omgang met de naasten. En ook hier brengt Leviticus verfijning aan. Oorspronkelijk waren die geboden wat koud geformuleerd. U kent ze wel. Gij zult niet doden. Gij zult niet stelen. Geen vals getuigenis geven, niet liegen. 

Die geboden worden nu door deze auteur wat warmer aangekleed. Er worden concrete mensen genoemd. Er vallen woorden als werknemer, die niet nodeloos op zijn loon moet wachten. De blinde, die niets in weg gelegd mag worden, de dove die niet stiekem bespot mag worden. 

Met deze voorbeelden komt de bedoeling van de geboden helder naar voren. De geboden zijn niet een soort testen, maar zij dienen de humaniteit. De geboden maken onze samenleving menswaardig, leefbaar en aangenaam. 

De derde grootste en belangrijkste verandering, die de auteur in de tekst aanbrengt is een refrein dat hij kwistig tussen de geboden doorstrooit. Ik ben de Heer, jullie God. Ani (ik) Adonai (jullie God). 

Dat refrein tilt de geboden op tot religieuze uitspraken. De geboden maken niet alleen de samenleving prettig leefbaar, zij voeden ook onze verbondenheid met het Mysterie van het Bestaan. Zij zijn een uiting van onze liefde. De geboden onderhouden is als een lieve kus voor de Eeuwige. 

En onze auteur eindigt zijn hertaling van de geboden met de wereldberoemde zin: Heb je naaste lief als jezelf. Ani Adonai; ik ben jouw God! Een alles omvattende samenvatting. 

Het is geen wonder dat Jezus, als hij in de Bergrede over de geboden komt te spreken, van harte instemt met deze visie op de Tien Woorden. U heeft vorige week al gehoord hoe hij die geboden nog een heel eigen Nieuwtestamentisch accent meegeeft. Vandaag werkt hij zijn visie nog nader uit.
Als uitgangspunt van zijn gedachtegang neemt hij de spreuk: ‘oog om oog, tand om tand’. Die spreuk roept bij ons ten onrechte een gevoel van wraak op: een groot misverstand! 

Die spreuk hoort uitsluitend thuis in de rechtszaal, maar niet in het leven van alledag. Hij betekent daar (bij de rechtbank): de strafmaat moet in verhouding staan tot de misdaad, de straf mag zeker niet groter zijn dan het vergrijp. 

Geen oog voor een tand, als voorbeeld; geen vijf jaar galeistraf voor het stelen van één brood, zoals in een van de romans van Victor Hugo! De kreet: veel strengere straffen! Vind geen Bijbelse weerklank, zeker niet bij Jezus. 

Oog om oog, tand om tand is een voortreffelijke rechtsregel, mits hij bij de rechtspraak door rechters wordt gehanteerd. Maar zegt Jezus, buiten het rechtsgebouw is hij echter van geen enkel nut. Daar geldt de wet van de verrassing en creativiteit. 

Doe eens iets onverwachts. Iets waar je tegenstander van oplijkt! Bestrijd het kwaad liever met humor. Als iemand je op de rechter wang slaat, keer hem dan ook de andere wang toe. Als iemand je hemd eist, laat hem ook je jas; wil iemand dat je een mijl met hem meeloopt, ga er dan twee. 

Dit zijn echter geen geboden, zelfs geen raadgevingen. Dit zijn slechts voorbeelden: voorbeelden van creativiteit op het ruime speelveld van de samenleving. Als je een voorbeeld wil zegt Jezus hoe om te gaan met het kwaad in de wereld, let dan eens op de Eeuwige. 

Hij laat straks de voorjaarszon schijnen op goede én slechte mensen en een vruchtbare regenbui valt evengoed op de akker van een slecht mens als op die van een voorbeeldige burger. M.a.w. met liefdevolle barmhartigheid valt meer te bereiken dan met strikte rechtvaardigheid.                                 

Een betere wereld is de vrucht van een menselijke glimlach
en in een menswaardige samenleving
lacht de Eeuwige zelf ons toe!

Secretariaat

Bergstraat 17
6701 AB Wageningen
0317 - 747111
Email 

 

Bereikbaarheid
Ma t/m vr van 10:00 – 12:00
In spoedgevallen:
06 - 16 77 77 05 (24 uur /7 d)

ICC (English)

Parochieblad

Copyright © 2020 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.