RK Wageningen

Zaterdag, 21 september 2019

23ste zondag door het jaar C 2016

Overweging pater Koenen 4 september 2016

Wijsh. 09:13-18
Lucas 14:25 33

Wageningen 2016

Er loopt een refreinzin door de tekst van het evangelie van deze zondag. Tot driemaal toe herhaalt de evangelist de woorden van Jezus: 'zo iemand kan mijn leerling niet zijn'. En waar gaat het dan over? Het gaat over drie werkelijkheden! Over mijn bezit, over mijn leven, en - in de eerste plaats - over mensen, waar ik mij persoonlijk intiem mee verbonden weet.

Het is u misschien ook opgevallen, dat die relaties waar Jezus het over heeft, allemaal gezinsrelaties zijn. Het gaat zelfs over twee gezinnen. 'Vader en moeder, broers en zusters' wijzen naar het gezin, waaruit ik ben voortgekomen en waarin ik ben grootgebracht. 'Man, vrouw en kinderen' daarentegen wijzen naar een tweede gezin. Het gezin, dat we eventueel zelf hebben gesticht en waarin we - als volwassene – als echtgenoten hebben geleefd en misschien als vader en moeder kinderen hebben voortgebracht.

Vooral naar die persoonlijke relaties willen we vandaag eens kritisch kijken, want het traditionele gezin zoals we dat kennen vanuit onze eigen jeugd, staat in onze tijd zwaar onder druk. De vele echtscheidingen en de talloze andere vormen van samenleven horen voortaan blijkbaar bij de moderne maatschappij. Ongehuwd samenwonen; de eenoudergezinnen; twee mannen of twee vrouwen, al dan niet met kinderen, en noemt u maar op!

Je hoort nogal eens praten over het gezin als hoeksteen van de samenleving. Je kunt dat vaak beluisteren in de Nederlandse politiek. Denkt Jezus in het evangelie daar ook zo over?

Ik meen dat Jezus als een oprechte, vrome jood het huwelijk inderdaad heel hoog heeft ingeschat. Net als zijn tijdgenoten zag hij het huwelijk als een goddelijke opdracht, die de mensheid al in de allereerste hoofdstukken van de Bijbel ontvangen heeft. Ook kende hij natuurlijk het gebod: eer uw vader en uw moeder. En hij leefde ernaar!

Toch beschouwt hij blijkbaar het gezin niet als een kaarsrechte weg, die zonder meer naar zijn koninkrijk leidt. Zijn woorden uit het evangelie van vandaag bijvoorbeeld klinken er te weerbarstig voor. Hij vindt, dat een gezin, elk gezin, om een kritische houding vraagt, bekering nodig heeft – als u wilt - voordat het een kiemcel kan zijn van het koninkrijk Gods.
En wellicht geldt dat zelfde ook voor alle andere, hedendaagse samenlevingsvormen.

Maar let wel! Paus Franciscus heeft ons gewaarschuwd, die kritische houding niet en nooit los te maken van de grote christelijke deugd: Barmhartigheid!

Van al die relaties wordt door Jezus in het evangelie gezegd, dat we er mee zouden moeten 'breken'. Nu is 'breken' wellicht niet de allerbeste weergave van de woorden, die Jezus in zijn eigen taal heeft gebruikt. Matteüs vertaalt die woorden met: Wie zijn relaties meer liefheeft dan Mij, kan mijn leerling niet zijn. Maar wat betekent dat in de praktijk van alledag?

Is dat zoiets als: Juliana en Bernard die niet naar het huwelijkviering mochten van hun dochter Irene? Ik denk dat weinigen van ons, dat nu nog zó zouden interpreteren… Het kan toch niet zijn, dat je ooit verplicht wordt, je eigen kind te laten vallen… ?

We gebruiken vaak het bezittelijk voornaamwoord als we die relaties aanduiden: mijn man, mijn vrouw, mijn kinderen, mijn vriend, mijn partner. Hebt u daar al eens over nagedacht: over dat woordje 'mijn' in die combinatie? Daar zouden we wel eens een heel nuttige meditatie over kunnen houden!

Want hoeveel 'bezit' en 'bezitsdrang' speelt er soms niet mee in onze relatie met een partner, in onze relatie met de kinderen? Hoe vrij laat ik hen bijvoorbeeld om anders te zijn en anders te handelen dan ik zelf goed acht? Om er andere meningen op na te houden, om zich te ontplooien op zijn of haar geheel eigen manier? Hier komt niet alleen liefde bij te pas, maar ook wijsheid, door God gegeven wijsheid.

Hoe het ook zij, hier ligt al een eerste relativering van dergelijke intieme relaties. Ze zijn nooit 'mijn', in die bezittelijke betekenis van het woord. Mensen zijn nooit het bezit van iemand anders, in welk samenlevingsverband ook. Zelfs 'mijn eigen kinderen' zijn nooit mijn persoonlijk bezit.

Zoals de profeet Kalil Gibrans het heel boud verwoordt:

Je kinderen zijn niet je kinderen
Ze zijn zonen en dochters van het Leven zelf…
Geboren uit haar eigen verlangen.
Jij bent niet de maker, je bent de drager
Ze zijn bij jou, maar niet van jou.

Wat mensen beleven als ze samenleven, is vaak het liefste en mooiste dat we op aarde hebben. Althans… dat hoop je. Dat zou je iedereen ook van harte willen toewensen. De Heer weet echter ook wel, dat dit nog langniet altijd en niet voor iedereen de beleving is van alledag.

Mensen lijden soms een leven lang onder de wonden, die ze in hun jeugd in het gezin hebben opgelopen. De gevangenissen raken er door bevolkt en psychiaters ontlenen er hun patiënten aan. En misschien komt niemand helemaal zonder kleerscheuren uit het ouderlijk huis. Maar dat laatste is geen ramp: want, zo is het leven nu eenmaal. Het hoort bij ons mens zijn.

Het betekent, dat ieder moet werken en leven met 'hoe het indertijd allemaal gelopen is'. In de taal van de Bijbel: iedereen, en ook het gezin waar we uit voortkomen, én het gezin, waarin we nu leven, heeft omkeer en bezinning en bovenal wijsheid nodig. Niet eens en voorgoed: het blijkt dat het voor velen de verwerking van het verleden een levenslang proces zal zijn.

Jezus zelf heeft ons het voorbeeld gegeven. Hij heeft zijn ouders oprecht liefgehad, zo mogen we geloven. Toch heeft hij zijn moeder het leed van zijn veroordeling en de vernedering van zijn executie niet bespaard. Hij is niet naar het buitenland gevlucht. Ook niet opdat zijn moeder dat pijnlijke gebeuren niet zou meemaken.

Hijzelf heeft in zijn leven laten zien, wat hij bedoelde met 'zijn beschouwing over het gezin'. Tot het uiterste toe is hijzelf immers trouw gebleven aan zijn opdracht, aan de zending, die hij moest volbrengen. Die levensopdracht ging hem boven alles, zelfs boven alle relaties, zelfs boven de aller-intiemste.

Maar we beseffen: die woorden kun je in alle oprechtheid slechts aarzelend uitspreken… en vooral, biddend en zoekend: hoe bedoelt U dat…? in mijn situatie?

In die tastende, maar oprechte levenshouding
kun je - terecht -
leerling van Jezus genoemd worden.

Copyright © 2019 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.