RK Wageningen

Zaterdag, 8 augustus 2020

10de zondag van Pasen jaar C 2016

Wageningen 2016 

I Koningen 17:17-24 
Lucas 7:11-17  

Het is met zeer grote schroom, dat ik de beide verhalen uit de lezingen van vanmorgen aan u – en mijzelf – ter overweging voorleg. Aan de hand van een Russisch verhaal wil ik utleggen vanwaar die schroom, die terughoudendheid.  

Op een goede avond klopt een haveloze zwerver, een pelgrim, aan bij een huis. Hij vraagt om een korst brood. Hij wordt hartelijk welkom geheten. Men biedt hem een bad aan, geeft hem nieuwe, schone kleren, bereidt hem een stevige maaltijd en spreidt voor hem een warm bed voor de nacht; kortom hij wordt ontvangen als was hij Christus zelf.  

Als hij de volgende morgen die goede mensen wil bedanken, vraagt de gastheer: wilt u op dit papier een zegen voor ons opschrijven? De dankbare gast schrijft: Grootvader sterft, zijn zoon sterft, de kleinzoon sterft… Verontwaardigd roepen de huisgenoten als in koor uit: Is dat nou een zegen? Ja zeker, zegt de pelgrim… want als deze volgorde niet in acht wordt genomen, hoe zou u het dan noemen?   

Uit ervaring weten we – uit mijn eigen familiegeschiedenis weet ik – dat lang niet ieder gezin die zegen ten deel valt. Hoeveel gezinnen verliezen niet hun kinderen in oorlogssituaties, bij aardbevingen en andere natuurrampen, in het verkeer, aan ziekten, op de vlucht uit Syrië bijvoorbeeld. Wat een verdriet… wat een tragedie…  

Ook de Bijbel heeft daar blijkbaar weet van. We hoorden vandaag twee bijna identieke verhalen. Een uit het Oude en één uit het Nieuwe Testament. Een weduwvrouw verliest haar zoon, niet alleen haar oogappel, maar ook haar toekomst, haar kostwinner. Wij zouden misschien zeggen: voor haar hoefde het toen niet meer, het leven. Zij was immers nog liever zelf gestorven…  

En dan volgt er iets, dat in onze ogen absoluut onmogelijk is. Er komt een profeet langs en - zo staat er letterlijk in beide verhalen - hij, de profeet, gaf het kind terug aan zijn moeder. Was het maar zo eenvoudig, zucht je dan wanhopig. Waarom in het Bijbelverhaal wel… en nú niet?! 

Wij zijn zo gefixeerd op dat onmogelijke deel van het narratief, dat we het verhaal uit het evangelie van Lucas 'de opwekking van de jongeling uit Nain' zijn gaan noemen. We verliezen daardoor uit het oog, dat in beide verhalen niet het gestorven kind, maar de moeder de centrale figuur is. Zij is het die de compassie van Jezus en van Elia, de profeet, opwekt. De profeet is haar tot troost   

Lucas schrijft - en hij gebruikt daarbij de meest sterke uitdrukking die het Grieks kent - Toen de Heer háár zag, werd hij tot in zijn ingewanden bewogen, uit medelijden met haar.  

Zij, de moeder draagt - samen met de vrouw uit het Elia-verhaal - het goddelijke Woord van het Leven in zich. Namelijk, dat wij niet voor de dood zijn geschapen, maar voor het Leven en, dat onze God een God van levenden is, niet van doden.   

Hoezeer Hij in deze wereld ook de schijn tegen zich heeft, zou je er achter kunnen denken. Want, Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is ons kennen nog beperkt, maar straks zullen we de volle waarheid kennen…   

Maar hoe lezen we dan die beide verhalen?   

Persoonlijk zou ik zeggen: tk lees die verhalen als een plechtige voorspelling, een goddelijke belofte. Een onderstreping van wat Jezus verderop zal zeggen: wie in mij gelooft, zal leven, ook al is hij of zij gestorven.  

Of nog anders; Je kunt die verhalen ook lezen als een dringende oproep om alles te doen wat in ons vermogen ligt om ieder die rouwt - en treurt om een verlies - nabij te zijn… en van harte troost te bieden. Niet met goedbedoelde raadgevingen, maar – zoals de naam van God luidt- ik zal er zijn, voor jou.  

Ik ben er voor jou, wij zullen je nabij zijn, desnoods zwijgend, want ook ons zijn de woorden uit de mond gevallen. Bij de dood past immers niets dan doodse stilte.  

Hoeveel mensen moeten niet leven met de vraag: is er voor mij nog leven na de dood … nu mij lieve partner, nu mijn kind, mijn kleinkind, mijn oogappel en toekomst in de dood is heengegaan?   

Met die klemmende vraag bezig zijn… samen een antwoord zoeken… Want rouwverwerking is een spiritueel en gelovig gebeuren. Niemand kan die confrontatie met de dood van een geliefde aan tenzij hij of zij van harte gesteund en gedragen wordt  door hen, die hem op aarde dierbaar zijn. Die zelf leven in het bewustzijn dat het mógen leven op zich een zegen is.  

Toen Jezus haar zag 
Werd hij tot in zijn ingewanden bewogen 
Wij bidden u 
Om diezelfde bewogenheid te mogen ervaren 

 

 

Secretariaat

Bergstraat 17
6701 AB Wageningen
0317 - 747111
Email 

 

Bereikbaarheid
Wo en Vr 10:00 – 11:00
In spoedgevallen:
06 - 16 77 77 05

ICC (English)

Parochieblad

Copyright © 2020 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.