RK Wageningen

Zondag, 26 januari 2020

2de zondag van Pasen jaar C 2016

Inleiding overweging 3 april 2016

Johannes 20:1931  

Wageningen 2016 

Een bont en rijk verhaal: het evangelie van deze morgen. Een vertelling van angst en opluchting, van opgesloten zitten en er op uit getuurd worden, van geloof en twijfel, van zien en niet-zien, van vergeven en weigeren dat te doen, van terugkijken naar Goede Vrijdag en van vooruitzien, van dood  naar Leven, van ontvangen van de Geest en gezegend worden met vrede. Maar bovenal is het een verhaal van hardnekkige twijfel en niet kunnen of niet willen geloven. Daaraan ontleent het zijn bekendheid en zijn naam: het verhaal van 'de ongelovige Thomas'.  

Ik heb dit allemaal opgeschreven, zei de evangelist Johannes op het eind, opdat ook jij mag gaan geloven…en opdat jij - door te geloven – nieuw Leven mag vinden in Jezus' naam. Miljoenen mensen - wereldwijd - zijn je daarin voorgegaan. In de eerste lezing hebt u gehoord hoe die onafzienbare stroom van gelovigen vol enthousiasme op gang is gekomen, bijna onmiddellijk na Pasen.  

Wat is dat eigenlijk: geloven? Hoe doe je dat? Is dat zoiets als 'zeker weten, met je ogen dicht en het verstand op nul'? Neen dus; maar wat dan wel?   

Misschien herinnert u zich nog het antwoord, dat in onze jeugd de katechismus gaf op die vraag: 'geloven is het aannemen van een waarheid op gezag van een ander'. Zo kun je ons geloven zien als gebaseerd op het getuigenis van de apostelen en de leer van de Kerk. Wellicht kunt u nog steeds goed vooruit met dat antwoord. Uitstekend!  

Maar ons gelovige denken heeft in de moderne theologie - en gevoed door de Bijbel - een andere kleur, een ander accent gekregen. De Bijbel verstaat er meestal toch iets anders onder, iets dat wat warmer is; iets dat je hele persoon a.h.w. meeneemt. Geloven is daar 'je toevertrouwen', je toevertrouwen… aan God… aan Jezus… aan het spirituele gebeuren, dat de Kerk is, Kerk met een hoofdletter(!). Geloven is in de Bijbel: in beweging komen, je in een proces storten, een relatie aangaan.  

Credo in unum Deum… Ik geloof… in één God… Ik beweeg me - met heel mijn wezen, met mijn hele hebben en houwen – in díé richting. Dat proces is nooit af! Je kunt nooit zeggen: ik heb het geloven… ik hen God bereikt. Net zo min als je ooit de horizon kunt bereiken.   

Bovendien, geloven… op weg gaan naar God… kun je niet eens uit jezelf! Het wordt je door de Eeuwige zelf geschonken. Hij is het, die jou telkens op weg zet… die iedere dag opnieuw en jou – in liefde - naar zich toe trekt.   

Het Bijbelse geloven kan ook nog anders worden verwoord. In de Schrift is 'geloven' ook: het eerbiedig en tastend naar binnen gaan in de ruimte van een mysterie. Sint Augustinus zegt het zo: 'alles wat je met je verstand kunt begrijpen… is zeker níét… God!'   

Of, in een beeld gezegd: De Onzienlijke en Onzegbare troont boven de Wolk-van-Niet-Weten. Daarom klinken zinnen, die beginnen met: God weet…; God kan…; God wil…; bijna als blasfemie. Op die manier kénnen wij God helemaal niet. Zó zijn we niet langer de ruimte van het aller-diepste mysterie, dat ons is overgeleverd en toevertrouwd.  

Gaan we nog een ogenblik terug naar ons evangelieverhaal van deze morgen. Gevoelens van angst, van opgesloten zitten, van onvrede, zelfs van onzekerheid en twijfel horen bij ons leven als mens. Maar ook bij ons leven als gelovige christenen.   

In die zin is de 'ongelovige Thomas' een tweelingbroer van ieder van ons, die hier zit. Ook van ons, die niet zien, wordt gevraagd, dat we ons overgeven en toevertrouwen aan de Onzienlijke. In dat proces zijn angsten en twijfel ons niet vreemd, telkens weer. Want alleen daar, waar ik twijfel en ik mijn twijfel erken, kan – met Gods genade – mijn geloof groeien. Wamt, mijn zwakheid is mijn kracht, weet Paulus.   

Ook in ons leven is Jezus verschenen; misschien omdat je geboren bent in een christelijk gezin, of omdat je Hem tegen bent gekomen, in het grillige verloop van je leven. Hoe het ook zij, het evangelie vraagt van ons dat we ons ook toevertrouwen - geloven in Jezus. Jezus, onze metgezel en reisgenoot op weg naar God. Hij, onze Messias, Gezalfde en Zoon van God.  

In zijn evangelie reikt hij ons met zijn wijsheid een richting aan voor ons dagelijkse leven op weg naar God. Het zal u vermoedelijk - na dit alles - niet verwonderen als u hoort, dat Jezus zich daarbij veelvuldig laat verleiden tot raadselachtige spreuken, tot paradoxen als u wilt.   

U kent die wel. De eersten zullen de laatsten zijn. Wie zijn leven durft verliezen, zal het behouden. Wie de grootste wil zijn, moet dienaar (en zelfs slaaf) worden van allen. Wie niets heeft zal het weinige dat hij wel heeft, nog ontnomen worden. En zo zijn er nog veel meer van die raadselachtige spreuken…  

Ja, zelfs het hele leven van Jezus is één grote paradox. Hij overwint immers lijden en dood door te verliezen van geweld en onrecht.   

Het mysterie, waarin De Onzegbare woont, werpt zijn duistere schaduw ook over de weg naar Hem toe. Ook over ons geloven ligt soms de duisternis van dood en beproeving.  

Als je deze – misschien wat moeilijke – preek kort wilt samenvatten, kun je zeggen: geloven is 'je toevertrouwen aan het onuitsprekelijk mysterie waar ons woord God naar verwijst'.   

Of met de woorden van het evangelie: Zalig en op de goede weg zijn alle mensen, die niet zien en toch geloven! Wij dus, die te midden van een ongelovige wereld proberen vast te houden aan alles wat ons van Godswege in liefde is overgeleverd en aangereikt. 

Copyright © 2020 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.