RK Wageningen

Zondag, 26 januari 2020

4de zondag vastentijd jaar C 2016

Inleiding overweging 6 maart 2016

Lucas 15:11‑32

Wageningen 2016 

Op ontroerende wijze heeft Rembrandt het evangelieverhaal van de verloren zoon op het doek vastgelegd. Het is bijna niet mogelijk om met droge ogen naar die afbeelding te kijken. De jongste zoon in haveloze kleren knielt neer voor zijn vader, die met een teder gebaar zijn beide handen op de schouders van zijn weggelopen kind legt. De vader is gekleed in een prachtig rode mantel en beide figuren baden in het licht. 

De toeschouwer heeft moeite zijn ogen te laten dwalen naar de vier andere mensen, die op het schilderij staan afgebeeld. Zij staan terzijde in het duister, behalve misschien de oudste zoon, die even rijk gekleed is als zijn vader. Al het mijne is ook van jou, blijkt de vader te zeggen 

De volle aandacht wordt opgeëist door de vader in omhelzing met zijn zoon. Hij was dood en is weer tot leven gekomen; hij was verloren en is weer teruggevonden. Die zin blijft maar rond zingen in zijn hoofd. 

Zoals het op het schilderij is, zo is het ook in het verhaal. Het volle licht valt op vader en verloren zoon. Daar zorgt de evangelist Lucas wel voor met zijn inleidende verzen over het gemor van de farizeeën en Schriftgeleerden. Hun refrein is: die man, Jezus ontvangt zondaars en hij éét met hen! 

De terugkeer van de weggelopen jongen en de gulle barmhartigheid van de vader, zijn liefde en ontferming, komen volop ter sprake, ook in de verkondiging in de kerken. De oudste jongen staat er maar wat zielig aan de kant. Wie heeft het over zijn pijn, zijn verdriet, zijn teleurstelling? Niemand toch! Dat jong is maar een saaie Piet, een brave Hendrik… of niet soms? 

En toch…Het schijnt dat als je aan mensen in de kerk vraagt: bij wie van die drie voel je je het beste, het meeste thuis, wie heeft jouw grootste sympathie, dan antwoorden blijkbaar velen: die oudste.

Het voelt als oneerlijkheid, als onrecht zelfs, wanneer iemand die van het rechte pad is afgedwaald bij bekering, bij terugkeer, overladen wordt met liefde en beloond wordt met dure geschenken! Dat doet pijn! 

En dat terwijl de dagelijkse plichtsbetrachting, trouwe dienst - dag in dag uit - beschouwd wordt als de doodgewoonste zaak van de wereld en niet meer dan je plicht! Neen Pa, die pijn los je niet op door te zeggen: jij bent altijd bij me, jongen, en alles van mij is ook van jou. 

Want hoe loopt dit verhaal nu af? De verteller van deze parabel laat ons in het ongewisse. Gaat die oudste mokkend naar zijn kamer en sluit zich daar op, terwijl hij het feest het feest laat? Of laat hij zich door zijn vader overtuigen, en viert hij van harte het feestje voor zijn teruggekeerde broer mee? Wat denkt U? 

Persoonlijk denk ik: hij vlucht naar zijn kamer. Tenzij … zijn vader met dezelfde tedere liefde zich naar hem toe keert, zich a.h.w. bekeert tot zijn oudste zoon en ook hem zijn barmhartigheid toont. Ja, ik heb jou tekort gedaan… ik heb mijn liefde voor jou niet zichtbaar, niet voelbaar gemaakt. Weet wel: ik houd ook van jou. Niet alleen omdat jij zo goed je best doet, jongen; óók daarom! Maar vooral, omdat jij jij bent, mijn lieve oudste zoon!
Ik ben echter bang dat ook als pa - in alle nederigheid - dit proces aangaat, het toch een proces gaat worden van lange adem, en dat de jongste broer daar een cruciale en beslissende rol bij te spelen krijgt. Zo gecompliceerd is deze gezinssituatie geworden én door zijn vertrek én door zijn terugkeer. Ook de liefdevolle barmhartigheid van de vader heeft daartoe bijgedragen en dat niet in geringe mate! 

Paus Franciscus heeft voor dit jaar het Bijbelwoord Barmhartigheid opnieuw onder onze aandacht gebracht. De parabel van deze morgen laat ons zien dat Barmhartigheid geen onschuldig en lief woord is, maar een heel gezin op zijn kop kan zetten. En niet alleen een gezin of een samenleving maar uiteindelijk zelfs heel de wereld. Want toegepaste barmhartigheid werkt – als we niet uiterst alert zijn - als dynamiet. 

We zien het dagelijks om ons heen gebeuren. We worden opgeroepen om barmhartigheid te tonen aan de enorme stroom vluchtelingen. Maar als diezelfde lieve aandacht niet uitgaat naar de rest van de samenleving, als de medische zorg, de thuiszorg, intussen wegkwijnen, de sociale woningbouw stagneert en noemt u maar op, dan gaat de samenleving zich gedragen als de oudste zoon in de parabel. 

Als teenager heeft een gebeurtenis na de oorlog grote indruk op mij gemaakt. Een joods vrouw, Ans van Dijk (ik herinner me zelfs nog haar naam) werd door een bijzonder gerechtshof - ook in hoger beroep - ter dood veroordeeld. Zij werd aangeklaagd en schuldig bevonden zeker 145 ondergedoken joden verraden en aangebracht te hebben. Op de avond voor haar executie trad ze toe tot de katholieke kerk, ze werd gedoopt, gevormd en deed haar eerste communie. En wat me zo is bijgebleven, is de storm van verontwaardiging die door Nederland woei, vooral onder katholieken, dat zij in barmhartigheid in onze gemeenschap was opgenomen. Erken het maar rustig: dat doet inderdaad pijn, maar het moest wel gebeuren.

Er is meer vreugde in de hemel over één zondaar, die zich bekeert, dan over tien anderen, die geen bekering nodig hebben. 

Barmhartigheid voor de een kan blijkbaar ondraaglijke pijn veroorzaken bij de ander. M.a.w. Barmhartigheid verkondigen en promoten gaat niet straffeloos zonder totale aandacht voor alle anderen. Barmhartigheid veronderstelt dan ook dat allen hun levensvisie totaal herzien! 

Wanneer Franciscus de kerk oproept om met barmhartige ogen te kijken naar gescheiden gelovigen, naar de homofiele medemens, naar hen die ongehuwd samen wonen, dan roept hij op om – terwijl we toch vast blijven houden aan Gods wet - met nieuwe ogen naar de samenleving gaan kijken en onze eigen pijn vergeren. Om dan zo goed als God te zijn. Wees barmhartig, zoals je hemelse Vader barmhartig is (Lc. 6:36) is een oproep van Jezus zelf.

Copyright © 2020 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.