RK Wageningen

Zaterdag, 26 september 2020

18de zondag door het jaar B

ACHTTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR B  

Exodus  16:02-15
Johannes 6:24-35  

Wageningen 2015  

[De komende drie weken lezen we tijdens de zondagse liturgie uit de lange rede van Jezus over het hemelse brood. Dit hoofdstuk bestaat uit een aantal gesprekken die Jezus voert met verschillende groepen mensen. Hij praat allereerst met degenen die de wonderbare brooddeling hebben meegemaakt, dan met mensen die vijandig tegenover hem staan (in dit evangelie soms Joden of Judeeërs genoemd) vervolgens met zijn leerlingen en tenslotte met de Twaalf.]   

Vandaag horen we Jezus in gesprek met mensen die gisteren nog bij hem waren en die op die eenzame plaats gegeten hebben van de vijf gerstebroden en de twee visjes, die hij met hen deelde. Vandaag zijn zij weer bij hem in de synagoog van Kafarnaum. Ze zijn wat opgewonden en van slag, want ze waren hem kwijt geraakt. Maar nu hebben zij hem en zijn leerlingen eindelijk hier teruggevonden. Blij en opgelucht roepen ze uit: Wanneer bent u hier gekomen en hoe…? 

Met die vragende uitroep is de toon van het gesprek gezet. De dialoog met hen zal verlopen langs vier vragen, die zij aan Jezus stellen. En Jezus zal daar steeds dieper op ingaan.  

Laat me eerst iets zeggen over vragen en vraagtekens.  

Als je een ? vraagteken in je Bijbel tegenkomt, is dat altijd een aanwijzing voor jou als lezer! De auteur zegt daarmee: lieve lezer van mijn verhaal, stop eens even. Denk eens even na over die vraag. In ons geval bijvoorbeeld: hoe ben jij hier terecht gekomen… in deze viering bijvoorbeeld?… met welke bedoeling? en met welke motivatie…? Dat is een eerste kanttekening. Vraagzinnen in de Bijbel zijn altijd (meestal) vragen, die ook aan jou-als-lezer (of als hoorder) gesteld worden.  

En nu over het vragen in het algemeen… Een vraag komt nooit zo maar uit de lucht vallen. Vragen hebben een achtergrond, een diepte die er wel in meeklinkt, maar die zelden hardop wordt geuit.   

Als een kind of je kleinkind je zo maar pardoes vraagt: oma, gaan poesjes ook naar de hemel als ze dood gaan? Dan volstaat een kortaf ja of nee niet. Vermoedelijk schuilt achter deze vraag een wereld van gevoel en emotie: van medelijden, liefde voor het diertje, of eigen angst, of verdriet om een ervaring.   

Zo lang die achtergrond niet ter sprake is geweest, is ieder antwoord onbevredigend. Wat zou het fijn zijn als oma iets zou zeggen als: heb je dat wel eens mee gemaakt, dat een poesje dood ging…? Zo ontstaat er mogelijk een dieper gesprek tussen mensen die van elkaar houden, een intieme relatie.   

[Dit alles geldt niet alleen voor kindervragen. Ook vragen van je partner, van goede vrienden, van volwassen zonen of dochters zijn soms deuren die openstaan en die uitnodigen om het oppervlakkige gesprek achter je te laten en de diepte in te gaan. Attent zijn om die uitnodiging te horen, heeft alles te maken met een religieuze levenshouding en met een gelovige spiritualiteit. In die ontmoeting is Gods Geest werkzaam!]  

Na die lange omweg keren we terug naar de vier vragen in het evangelie. Als de mensen vragen: wanneer en hoe bent u hier gekomen, gaat Jezus daar niet rechtstreeks op in. Hij zegt niet: vannacht ben ik wandelend over de zee hier aangekomen.   

In hun vraag en de toon waarop, heeft Jezus iets gehoord van hun emotie, van hun wanhopig zoeken in hun radeloosheid hem kwijt te raken. Hij vraagt hun om hun zoeken eens nader te bekijken. Want het klinkt wel mooi: Jezus zoeken, maar de Schrift zegt ergens ook, Herodes zocht het Kind Jezus… om Hem te doden! Wat is jouw zoeken waard?  

[Wij, die al lezend in het evangelie, getuigen zijn van dit gesprek, worden nu uitgenodigd ook ons eigen zoeken naar Jezus eens nader te bezien! Zoeken wij echt Jezus zelf, of zijn we meer uit op de gaven die hij ons kan schenken: een goede gezondheid, levensgeluk, kortom, zoeken we niet meer ons eigen welzijn en geluk dan de Heer?]  

 De mensen uit het verhaal begrijpen uit Jezus reactie dat het hem nu niet te doen is om het aardse geluk, maar om de relatie met de Eeuwige. Vanuit die achtergrond borrelt een nieuwe vraag in hen op: Hoe gaat dat dan: contact maken met de Hemel? Wat moeten we daarvoor doen?  

Het antwoord van Jezus is in woorden eigenlijk heel simpel: vertrouw je toe aan Mij. Maar dat kunnen bevatten en dan nog in praktijk brengen, is een gigantische stap. Het betekent immers een ommekeer; het verplaatsen van het centrum van je bestaan. Niet mijn ik staat dan langer centraal, maar alles draait voortaan om Hem. Wie kan dat? Wie durft dat? En trouwens – en hier dient de derde vraag zich al aan – is hij dat wel waard?
Wat stellen zijn papieren, zijn credentials, voor? Waar kan hij op terugwijzen?  

Deze keer geven toehoorders zelfs de achtergrond weer van hun vraag. Wij zijn al leerlingen van Mozes, bedoelen ze. Hij gaf onze vaderen brood in de woestijn… maar wat doet u…?   

[Jezus negeert het antwoord dat wij hoogst waarschijnlijk zouden geven: ben je dan nu al vergeten wat er gisteren gebeurd is?! Je weet wel, toen je honger had, op de plek waar niets te krijgen was? In plaats daarvan brengt hij hen terug naar de werkelijkheid van het hier en nu.]  

Niet Mozes gaf jullie dat brood, dat Manna, maar mijn Váder, antwoordde Jezus
En praat toch niet voortdurend alsof het allemaal voltooid verleden tijd is:
Want mijn Vader geeft je nog steeds - iedere dag opnieuw! - voedsel, dat je broodnodig hebt!   

Maar als je wilt spreken over Manna, brood uit de hemel… Het echte brood dat duurzaam leven geeft… Heer, geef ons dan dat brood, dat blijvend leven schenkt! Dat is hun laatste en vierde vraag. Een vraag, die ook onze gebed mag worden.   

Op dat ogenblik vloeit het hoogste en intiemste woord uit Jezus’ mond: IK ben het Brood des Levens. Met die woorden is alles over Jezus gezegd, met die woorden legt hij zijn hele ziel zaligheid bloot! Hij zegt wie hij ten diepste voor ons is!  

De vier vragen van de samengestroomde menigte en het zorgvuldig antwoorden van Jezus brengen de diepste identiteit van Jezus aan het licht. Hij kan nu zichzelf openbaren als het Waarachtige Brood, dat leven geeft. Een zelf-openbaring van Jezus om als mantra voortdurend te herhalen:


Jezus

Waarachtig Levens Brood  

Manna uit de Hemel

Voed ook ons, hunkerende mensen  

 

 

Secretariaat

Bergstraat 17
6701 AB Wageningen
0317 - 747111
Email 

 

Bereikbaarheid
Ma t/m vr van 10:00 – 12:00
In spoedgevallen:
06 - 16 77 77 05 (24 uur /7 d)

ICC (English)

Parochieblad

Copyright © 2020 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.