RK Wageningen

Dinsdag, 29 september 2020

13de zondag door het jaar B

Wijsheid 1:13-15+-2:23-24
Marcus 5:21-43

Wageningen 2015 

Het evangelie van vandaag is genomen uit het vijfde hoofdstuk van Marcus, dat een zeer indrukwekkend narratief bevat. Het verhaal beschrijft namelijk het hoogtepunt van Jezus optreden in Galilea. Drie menselijke figuren zijn daarbij de tegenspelers van Jezus. Te weten: een man, een vrouw en een kind.

Alle drie verkeren ze in een uiterst precaire situatie. Hun toestand is ronduit hopeloos. Telkens als Marcus één van hen ten tonele voert, beschrijft hij hun situatie dan ook uitvoerig. Zo is de man bezeten van een onreine geest. Wij zouden zeggen: hij loopt met de dood in de schoenen. De man woont al op het kerkhof en leeft te midden van graven. Niemand kon hem nog helpen of genezen. Men had dat natuurlijk wel geprobeerd, al honderd keer zelfs, maar te vergeefs, uiteindelijk liep alles telkens weer dood.

De vrouw had al 12 lange jaren aan bloedvloeiing geleden. Haar schoot was - zogezegd - dood. Zelf had zij van alles gedaan om van haar kwaal af te komen… maar ook hier, alles tevergeefs. Al haar spaarcenten had ze aan doktoren uitgegeven, maar in plaats dat ze daarmee vooruit ging, en beter werd, was het allemaal nog veel erger geworden. 

En het kind? Twaalf jaar oud was het toen ze doodziek werd. Net zo oud als de zojuist beschreven vrouw aan haar kwaal leed. Suggereert Marcus hier een samenhang? Beschrijft hij hier de conditionhumaine, de algemene toestand van heel de mensheid, mannen, vrouwen, en kinderen incluis, niemand uitgezonderd? Het lijkt er in ieder geval wel op! 

Ondanks de hoop die vader Jaïrus nog geruime tijd gekoesterd had, was het kind toch gestorven. Hij had nog wel zo gehoopt, vertrouwend op Jezus, de Lieve Heer, die zo met mensen begaan scheen, maar toch…  

Wie herkent zijn pijn en teleurstelling niet? Wie kan zich niet inleven in het verdriet van beide ouders? En wie beseft niet het uitzichtloze van al die menselijke situaties? De doodgravers staan al in de gang. Alles is al geregeld voor de uitvaart. De polis ligt – bij wijze van spreken – al in het keukenlaatje. 

Zover het hoofdstuk lezend, beseffen we opeens dat van alle drie die figuren uitdrukkelijk gezegd werd, dat zij 'terneer lagen' en dat Jezus hen volgens het narratief 'doet opstaan'. De boodschap van het verhaal is blijkbaar: geen enkele situatie - hoe hopeloos ook – is uitzichtloos.  

Zelfs de dóód, hoe onontkoombaar ook, heeft hier niet het laatste woord. Ook dan is er (zegt het verhaal) nog toekomst, zij het op mystieke wijze; dank zij Jezus, die - in zijn leven en sterven - onze menselijke situatie grondig op de schop heeft genomen. 

Buiten Jezus en de drie lijdende figuren is er - op de achtergrond - nog een belangrijke deelnemer aan het verhaal. Je kunt er gemakkelijk overheen lezen en hem zien als een onbelangrijk, te verwaarlozen detail. Ook de zee speelt in dit hoofdstuk een prominente, theologische rol. 

Tussen haakjes, in de oorspronkelijke taal spreekt Marcus altijd over 'de Zéé van Galilea', nooit over het Meer. Want 'de zee' is in de Bijbel een negatief symbool. De zee wordt in de Schrift beschouwd als een levensgevaarlijk monster, een ongetemde oerkracht. De onmiddellijke associatie bij het woord Zee is dan ook altijd: de wateren des doods. 

Het hoofdstuk begon al met Jezus die uit de boot stapt na die gevaarlijke overtocht, waar het evangelie vorige week over vertelde. Die storm was al een symbolische beschrijving, een vooraankondiging van wat aan de overkant zou staan te gebeuren: namelijk een overwinning op de dood in welke gedaante die dood zich zou vermommen. 

Na de genezing van de man, steekt Jezus nogmaals de Zee van Galilea over. Een herinnering. Een reminder. Lieve lezer, schijnt Marcus te zeggen, we hebben het ook hier nog steeds over de 'wateren des doods'. 

Als grandioze apotheose loopt Jezus in het volgende hoofdstuk (6) over de zee. Geen enkele evangelist wil of durft schrijven dat Jezus over water loopt. Neen, Alle evangelisten zeggen heel nadrukkelijk: hij liep, hij wandelde over de zéé! D.w.z. over de wateren des doods. De dood lag als het ware, geketend, machteloos onder zijn voeten. In welk ander beeld zou je het levenswerk van Jezus beter kunnen beschrijven? 

Jezus heeft gedaan wat ondenkbaar was. Hij heeft de dood verslagen en onttroond. De dood ligt in deze parabel machteloos onder zijn voeten!  

Schep moed, zegt hij. IK BEN. Wees niet bevreesd, hoe hopeloos je situatie ook lijkt. Hoe uitzichtloos de toestand in de wereld ook is. Hoe betreurenswaardig misschien, de gang van zaken in de kerk op je overkomt. 

En als Jezus dan bij hen is, als hij, De Levende, bij ons in de boot stapt, gaat de tegenwind liggen. De onstuimige zee wordt de kalmte zelf. Of beter: wij vatten moed! 

Deze gehele sectie van: de storm op de Zee van Galilea, het doen opstaan van man, vrouw en het kind, tot en met het wandelen over de Wateren des Doods, loopt vooruit op Pasen, de opstanding van Jezus.  

Of beter gezegd: deze lange passage in het evangelie laat ons, lezers van dat Goede Nieuws, zien wat de opstanding van Jezus betekent voor ons dagelijkse leven. Ieder, die Jezus te hulp roept, mag hopen en vertrouwen, dat geen enkele situatie in het leven nog langer uitzichtloos is.  

Bovendien, wij leven nog aan deze zijde; de Overkant is voor ons nog het Onbekend Land. Ons wacht nog die moeizame overtocht naar die overkant. Schep moed, sta op!, zegt de Heer. Ik ben je voor gegaan, zo luidt vandaag de evangelische boodschap. Of, zoals Huub Oosterhuis het Goede Nieuws samenvat:

Gezegend, wie
Door angst gelouterd
Aan de dood voorbij
Leven in het licht
Opnieuw geboren. 

 

 

 

Secretariaat

Bergstraat 17
6701 AB Wageningen
0317 - 747111
Email 

 

Bereikbaarheid
Ma t/m vr van 10:00 – 12:00
In spoedgevallen:
06 - 16 77 77 05 (24 uur /7 d)

ICC (English)

Parochieblad

Copyright © 2020 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.