RK Wageningen

Zondag, 26 januari 2020

5de zondag van pasen B

VIJFDE ZONDAG VAN PASEN B

Johannes 15:18 

Wageningen 2015

 

Het evangelie van deze zondag heeft ons iets heel speciaals te bieden. Het gaat over iets, dat je bij mijn weten, in geen enkele andere godsdienst tegenkomt. Zelfs de drie andere evangeliën stellen het niet zo uitdrukkelijk aan de orde als de evangelist Johannes. 

 

Ik bedoel, de plaats, die Jezus als grondlegger van onze gemeenschap inneemt binnen de beweging, die door hem op gang is gebracht. In het Jodendom zul je niet horen, dat je Mozes, Rabbinoe (onze leraar) moet beminnen. In de Islam wordt niet gepreekt dat je in Mohammed, de profeet van Allah, moet geloven. Het evangelie volgens Johannes claimt dat nu juist wel voor Jezus. Hem zul je, mag je liefhebben en zoals je in God gelooft, mag je ook gelovenin Hem.

 

Dit alles wordt ons aangereikt in het beeld van de wijnstok en zijn ranken. Met heel je wezen  zegt dat beeld –met hart en ziel ben je, als christen, met hem in liefde verbonden. 

 

In dit meest wezenlijke aspect van ons geloof zijn allen gelijk, of je nu in het ambt staat, priester bent, of je je door geloften aan een religieuze gemeenschap verbonden hebt, of dat je een christelijk leven leidt in een gezin of buiten een gezin om, ieder van ons hier wordt opgeroepen om je leven te enten op die 'stam van Jesse'; om je energie, je levenskracht en je levensmoed te putten uit die nooit opdrogende bron, die Jezus van Nazareth is voor al wie geloven en zich aan hem toevertrouwen.

 

Die werkelijkheid, die relatie met Jezus, gaat in het evangelie van Johannes aan alles vooraf. Die band met de Heer heeft voorrang boven het lidmaatschap van de katholieke kerk, boven je behoren tot een religieuze communauteit en zelfs boven je familiebanden.

 

Die innige band met Jezus wordt in dit evangelie beschreven als een om-zich-heen-grijpend vuur van liefde.Want, zoals de Vader Jezus liefheeft, zó bemint Jezus ons, zijn leerlingen, zo beminnen zijn leerlingen elkaar, zo gaat de liefde van iedere leerling afzonderlijk weer terug naar Jezus. Met dat laatste is kring gesloten, daarmee is de ideale gemeenschap opgebouwd, die Jezus voor ogen stond.

 

U begrijpt wel, dat de tekst, die we zojuist gelezen hebben, de parabel van de wijnstok, een geheimenisvolle, mystieke tekst is. Jezus is de ware wijnstok, zoals hij ook het ware brood is. De duizenden wijnstokken op de zuidelijke bergflanken verdienen nauwelijks de naam wijnstok. De ware wijnstok is Jezus – en wat wij mensen, gewoonlijk een wijnstok noemen, is slechts een zwakke afstraling, een beeld van de hemelse wijnstok, Jezus de Heer. 

 

Zoals Jezus ook het ware brood is. Hij is het enige voedsel, dat de naam Brood echt verdient, omdat alleen Hij ons geestelijk leven kan voeden.

 

De parabel van de wijnstok wil ons op weg zetten naar éénwording, eenwording met Jezus. Dat is wat alle mystiek beoogt: eenwording met God, met Jezus, met het Al, met je Ware Zelf, met de diepte van het bestaan of in welke verwoording je dat alles ook wilt gieten.

 

Maar… is die verheven bestemming wel bedoeld voor ons, gewone mensen, zoals we hier zitten? Is dat wel iets voor u en mij? Ik denk van wel. Maar laat me u eerst aan de hand van de tekst aantonen, wat het ons oplevert, zó één te worden. Want dat is een vraag, die ons mensen in deze tijd van welvaart op de lippen ligt.

 

Als je de parabel mediterend herleest, zul je merken, dat er een proces op gang komt, dat beschreven wordt als: 'weg snijden', 'reinigen' en 'vrucht dragen'. Dat 'wegsnijden en reinigen' zou ons  op het eerste gehoor  pijnlijk in de oren kunnen klinken. Maar uit de verhalen van de evangeliën weten we, wat hier bedoeld kan zijn.Dat we gaan zien, met nieuwe, heldere ogen,Het Koninkrijk van God, zoals de genezen blinden uit het evangelie; dat we gaan horen met open, genezen oren het Woord van God, zoals de talloze doven. Dat we gaan leven in een nieuwe wereld, op een verloste en bevrijde aarde, leven, alsof dat Koninkrijk Gods al gekomen is.

 

Dat proces, die genezingen hebben we waarachtig wel nodig in deze cynische wereld, waarin nog steeds het recht van de sterkste geldt, waar onrecht troef is, waar het geld en de wetten van de marktwerking het laatste woord mogen spreken, zodat de mens een wegwerpartikel dreigt te worden en niet zelden ook al is.

 

 

 

Vandaag wordt zowel in het evangelie als in de krant en op de TV dan ook onze aandacht gevraagd voor de vreemdeling ver weg in Nepal, maar evenzeer voor de vreemdeling hier in ons midden. 

 

Hoeveel creativiteit, hoeveel reiniging van onze waarneming is daarbij niet nodig om hen de plaats, de bescherming en de bestaanszekerheid te geven, die hun volgens de Thora van Mozes en de leer van Jezus toekomt? 

 

Het zou de moeite waard zijn om eens die passages te lezen in de evangeliën, die Jezus' omgang met de vreemdeling van zijn tijd beschrijven. En je daarbij te verwonderen over deverbazing van Jezus over hun waarden en hun menselijkheid.De vrouw uit SyroPhoeniciëmet haar hondjes én met haar doortastend geloof, de Barmhartige Samaritaan,over de loftrompet, die Jezus steekt voor die ene van de tien melaatsen, die hem kwam bedanken voor hun reiniging en die ene was nu juist een vreemdeling, een Samaritaannogwel!

 

In díé Jezus, in díé levenswandel zijn we allen gedoopt. Zijn levenssappen stromen door ons, als we ons open willen stellen voor Hem. Dat geldt niet alleen voor de happy few, of voor weinige uitverkorenen: dit is de ware democratische opdrachtaan heel de kerk. Allen zijn we geroepen tot die eenheid met Jezus, onze Heer.

 

Ik ben de wijnstok, jullie de ranken

Ieder, die blijft in mij, zoals ík in hem,

die draagt overvloedig vrucht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Copyright © 2020 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.