RK Wageningen

Zondag, 27 september 2020

4de zondag door het jaar B

VIERDE ZONDAG DOOR HET JAAR B

Deut.  18:15-20

Marcus 1:21-28

Wageningen 2015

Het evangelie brengt ons vandaag naar Kafarnaum. Het is Sjabbat en gewoontegetrouw gaan de mensen van het stadje naar de synagoog; en wij met hen. De weekdagen zijn immers werkdagen, maar de Sjabbat is een rustdag en een dag van bezinning en gebed.

Alles gaat in Kafarnaum zo rustig zijn gangetje. Niks bijzonders aan de hand, zou je zeggen. Er zijn hier en daar wel onlusten, soms grijpen de Romeinen heel hardhandig in en vallen er doden. Ja, onlangs nog zijn er - niet ver hiervandaan - veel onschuldige mensen gekruisigd. Maar hier… hier in Kafarnaum is het gelukkig nog betrekkelijk rustig. De mensen leven er hun leventje zo goed en zo kwaad als het gaat.

Wij gaan met Jezus ook naar binnen, en stappen dit eerste evangelieverhaal in. Als we eenmaal binnen zijn, blijkt Jezus uitgenodigd, niet alleen om de Schriftlezing te doen, maar om daarna ook de uitleg, de preek te houden.

Nauwelijks is hij daaraan begonnen, of er gaat een danige schok door menigte. Dit is niet het gewone, vertrouwde verhaal dat ze te horen krijgen. Het lijkt wel of de beloofde profeet van de eerste lezing opgestaan is en aan het woord gekomen! Diezelfde hartstocht, diezelfde gedrevenheid, die iedere profeet kenmerkt en bezielt! Iedereen in de synagoog is dan ook kaarsrecht gaan zitten, en kijkt enthousiast om zich heen. Iemand met gezag: Ik, Jezus van Nazareth, ik zeg U…

Wie goed luistert, hoort echter in de oprechte verbazing ook een licht ondertoontje van kritiek. Kritiek op de bekende theologen en woordvoerders van die tijd. Bij hen kon je immers rustig in slaap vallen of je eigen gedachten dromend aan je voorbij laten gaan. Maar nu… nu Jezus aan het woord is, is alles anders. Of moet je zeggen, klinkt het vertrouwde helemaal nieuw, helemaal anders dan je gewend was?

Dan… plotseling een schreeuw. Een man, die behept is met de geest van onreinheid, laat zich luidkeels horen. Wat moeten wij daar nu van denken? Hoe moet je dat verstaan en begrijpen als mens, die leeft in de 21ste eeuw, en wonend in een land, waarin nauwelijks iemand meer gelooft in ronddwalende geesten?

Iedereen mag dat uitleggen – lijkt me - zoals hij of zij dat wil. Doet niet iedere exegeet er ook zijn eigen zegje over? De een beweert, dat het om een verwarde man gaat, die niet meer wist wat hij zei of deed. De ander houdt het op een epilepticus, een derde heeft het over een psychisch zieke mens, een psychiatrische patiënt. Dus waarom zou U daarover niet ook uw eigen idee op na mogen houden?

Zelf voel ik me het beste thuis bij die Bijbelgeleerde, die zich afvraagt: wat is dat eigenlijk: cultische onrein? Het antwoord luidt: iedere mens die op een of andere manier met de dood in aanraking komt, is op dat moment - zonder zuivering - niet toegerust voor de dienst in de tempel, hoort niet zo- maar thuis bij de eredienst. Hij verkeert zelf nog in de schaduw van de dood. Hoe kan hij dan naderen tot de Eeuwige, Die de Levende zelf is?

Deze exegeet ziet die man dan ook meer als een symbool. Een levende uitbeelding van wat er daar aan de hand was in de synagoog van Kafarnaum. Daar heerste namelijk de dood. De dood had daar het allerhoogste woord. Of, in gewoon Nederlands, misschien wat banaler gezegd: het was daar maar een dooie boel, de dood in de pot.

Die visie klopt m.i. ook met het gehele narratief. Jezus bracht – ook weer in gewone woorden gezegd – leven in de brouwerij. Of wat plechtiger: Jezus maakt in die situatie de overgang van dood naar leven mogelijk. Of in Bijbelse taal: hij dreef die geest-van-onreinheid uit. Uit die man, jawel, maar meer nog de dodelijke saaiheid uit die synagoog.

Zoals elke profeet kondigde hij daadwerkelijk een nieuwe tijd aan, een nieuw begin. Sterker nog: hij proclameert hier met zijn optreden (en wellicht ook in zijn preek) de opstanding, de verrijzenis, het nieuwe Leven.

Dit openingsverhaal van Marcus bevat a.h.w. al het hele komende evangelie in kort bestek. De zending, die Jezus van de Vader ontvangen heeft, is juist om die overgang mogelijk te maken: van dood naar leven.

(De mensen in de synagoog hebben dat blijkbaar ook zo begrepen. Want we zullen hen - heel de stad zelfs!- volgende week weer tegenkomen. Dan synagogen zij, samen met hun zieken, gebrekkigen en ongelukkigen, bij de deur van het huis, waar Jezus verblijf houdt. Hopend op een nieuwe toekomst, uitkijkend naar een betere wereld.)

Marcus nodigt ons vandaag uit, om zijn verhaal eens te leggen op je eigen ervaring, op jouw doen en laten. Waar sta ik, waar herken ik mij in? Tot welke conclusie leidt mij de vergelijking met de synagoog van Kafarnaum?

Er is veel in het verhaal van de synagoog in Kafarnaum, dat wij kennen en herkennen in ons eigen bestaan. Daar is vooral die verveling, die sleur. Waarin treedt die nou niet op? Ieder huwelijk, ieder werkplek, iedere carrière, elke vriendschap kent zijn dagen en momenten van verveling en sleur. Zelfs een geliefde hobby en een broodnodige vakantie zijn er niet immuun voor.

Ook onze zondagsdiensten, en ons geestelijke leven, zijn er niet gevrijwaard van. Hoeveel mensen hebben niet afgehaakt van hun godsdienstig leven? Hoe velen hebben de viering op zondag losgelaten, omdat ze er niets meer konden vinden: geen uitdaging, geen bemoediging, geen troost, niets dan dorheid en verveling? Zonder een stevige inzet, zonder het religieus enthousiasme, dat Jezus aan de dag legde in Kafarnaum, kom je daar nooit bovenuit.

Net als je fysieke lichaam, je lijf voortdurend voeding nodig heeft – gevarieerd voedsel zelfs – zo snakt elklevensgebied naar voedzame maaltijden, of het nu gaat om je huwelijk, je werk, je vriendschappen, je relaties, het lid zijn van een religieuze gemeenschap; dat alles houdt zeker geen stand zonder adequate voeding, zonder uitdaging. Zonder op zoek te gaan naar nieuwe impulsen, nieuwe kansen, nieuwe vergezichten beheerst dodelijke saaiheid je leven.

Of een zondagdienst voedend is, daar heeft de voorganger een grote verantwoordelijkheid in; maar hij of zij niet alleen. Ook het koor draagt daar al dan niet toe bij, en de lector, en liturgische werkgroep, die de dienst mede voorbereidt. Maar ook iedere volwassen gelovige draagt een eigen verantwoordelijkheid voor de manier waarop je deelneemt aan de viering, hoe je je daarop voorbereidt, hoe en met welke gezindheid je er naar toe gaat. Kortom hoe je je inspant om je geloof levend te houden, zeker in deze tijd, waarin geloven en kerkgang sterk onder druk staat.

Blijf daarom de Eeuwige zoeken, wandel op de weg die Jezus gewezen heeft en je zult  l e v e n  vinden.  Leven, dat waarachtig is en duurzaam.

Secretariaat

Bergstraat 17
6701 AB Wageningen
0317 - 747111
Email 

 

Bereikbaarheid
Ma t/m vr van 10:00 – 12:00
In spoedgevallen:
06 - 16 77 77 05 (24 uur /7 d)

ICC (English)

Parochieblad

Copyright © 2020 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.