RK Wageningen

Zondag, 26 januari 2020

28ste zondag door het jaar A

ACHTENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR A

 

Jesaja 25:6-10a

Matteüs 22:1-14 

Wageningen 2014

 

Het was misschien even schrikken: die twee parabels, die u zo juist gehoord hebt.Is dit nu het goede nieuws voor deze zondag, de blijde boodschap, waar we het vandaag en de komende week mee moeten doen?

 

Het maakt nogal een verschil welke titel je meegeeft aan de twee parabels. Welk kopje zet je er boven? Schrijf je:

 

  • De onwillige en misdadige bruiloftsgasten?
  • of: Een koning, die koste wat kost voor alle mensen een feestje wilde bouwen?
  • of nog anders: Een bruiloft, die na veel strubbelingen uiteindelijk toch nog doorging?

 

Met ieder kopje verandert het verhaal een beetje van perspectief, verschieten die gelijkenissen van kleur.

 

Toen Jezuszelf deze verhalen vertelde, had de eerste gelijkenis hoogstwaarschijnlijk nog de kleur van: en toch... dat feest gaat door, hoe erbarmelijk de gasten zich ook gedragen. Die grote,menslievende Koning wil nou eenmaal een fijn feest voor alle mensen, onverschillig, hoe beroerd het er op dat moment in het land van de verteller misschien ook voor stond.

 

Als Matteüs echter dat verhaal –ruim vijftig jaar later - gaat navertellen voor zijn evangelie dan doet hij dat met de kennis van zijn tijd. Want er was sinds de dood van Jezus in die vijf decennia het nodige gebeurd. De wereld was in die betrekkelijk korte tijd zelfs grondig veranderd, ja, helemaal op zijn kop gezet. Zeker voor het uitverkoren, joodse volk, datde eerste genodigde vandat feest was.

 

De Romeinen hadden in het jaar 70 de opstand in Palestina hardhandig neergeslagen,Jeruzalem was met de grond gelijk gemaakt en de prachtige tempel lag er als een grote puinhoop bij. 

 

Er was echter ook goed nieuws. Door het indrukwekkende werk van de Farizeeën was een nieuw Jodendom, het rabbijnse,als het ware uit de dood opgestaan. De joodse godsdienst had - na die tragische dagen- een geheel nieuw leven gekregen en zijn definitieve gestalte ontvangen zoals we die nu nog kennen.

 

Maar het resultaat was toch ook, dat de jonge gemeenschap die Jezus beleed als Messias, nu niet langer meer welkom was, noch bij het wekelijks gebed in de synagoog, noch bij de viering van de grote feestdagen.

 

Verweesd en afgesneden van hun wortels was de prille kerk achter gebleven, nu het overduidelijk was, dat die Nieuwe Synagoog Jezus zeker niet zou erkennen en hem ook zeker niet zou gaan belijden als hun Heer en redder.

 

Dat alles – zelfs tot en met die verwoestende oorlog – laat Matteüs meeklinken in zijn weergave van de parabel, die Jezus indertijd zo hoopvol had verteld. 

 

 

Wie die gelijkenissen nu aandachtig en meevoelend leest, hoort de tragische pijn, de diepe teleurstelling en zelfs de frustratie meeklinken, die de eerste Christenen in hun tijd ervaren moeten hebben.

 

Jezus had de rotsvaste overtuiging, dat het feest, dat de God de Vader voor ogen stond, in ieder geval door zou gaan, ondanks alle tegenwerking van mensen en ondanks alle tegenslagen…Die heilige overtuiging van Jezus is door de redactie van de evangelist bijna helemaal ondergesneeuwd geraakt. En toch… en dat is het echte goede nieuws, dat ons vandaag aangezegd wordt: en toch… het feest van God gaat door! 

 

Wat de eerste lezing uit Jesaja op poëtische wijze uitzong en verkondigde, zal geen illusie blijken te zijn, geen bedrieglijke wensdroom. Integendeel;de profeet Jesaja spreekt van een door God beloofde en gegarandeerdetoekomst als hij zegt:

 

Op deze berg richt de heer van de hemelse machten

voor alle volkeren een feestmaal aan:

een feestmaal rijk aan merg en voedzame spijzen.

 

(tussen haakjes; dat heerlijke vergezicht probeert de Byzantijnse liturgie met haar gezang, met de inrichting van het kerkgebouw en met het plechtig ritueel voor ons als de gelovigen ervaarbaar en invoelbaar te maken)

 

Wanneer we met joodse ogen opnieuw naar de parabels kijken, dan denk ik, dat Rabbijnen zouden zeggen: achter die pijn, achter de teleurstelling en achter de frustratie van de eerste christenen, zie ik ook de tranen van God zelf, de pijn van de Eeuwige, zijn frustratie zelfs.

 

Ja, jehoort de Heilige – gezegend-zij-Hij – zeggen: Ik had nog wel zo gehoopt, dat mensen mijn plan op zouden pakken, zich zouden inspannen om het feest, dat mij voor ogen stond, door te laten gaan… maar met dat al is het 2014 geworden. 

 

Rondkijkend, zie Ik, je schepper en verlosser, niets als onrecht, zinloos geweld, onverschilligheid, schrijnend armoede en egoïsme: kortom een wereld verscheurd, enbijna in doodsnood.

 

Matteüs voegt er daarom nog een tweede parabeltje aan toe. Het gaat niet aan –zo laat hij Jezus in deze tweede parabel zeggen – alle ellende maar naar God toe te schuiven – hem zelfs de schuld te geven van alle misère op de wereld. De mens is de verantwoordelijke.

 

Er wordt van ieder van ons - van elk weldenkend mens - een bijdrage verwacht voor een betere wereld.Door de manier van leven moet de mens tonen, dat hij of zij klaar is, om het bruiloftsfeest binnen te gaan; het feest waardig te zijn, toegerust,door jouw manier van levenen handelen op de plek waar je woont, waar je werkt, waar je liefhebt. Opdat - biddend - de woorden van Jesaja in vervulling mogen gaan:

 

Op heilige berg vernietigt de Barmhartige het waas

die alle volkeren het zicht beneemt,

Voor altijd doet hij de dood teniet.

God, de heer, wist de tranen van elk gezicht,

de smaad van zijn volk neemt hij van de aarde weg–

Hoor mensen!

Het is de heer, die heeft gesproken!

Copyright © 2020 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.