RK Wageningen

Zaterdag, 8 augustus 2020

23ste zondag door het jaar A

DRIEËNTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR A

Romeinen 13:8-10

Matteüs  18:15‑20

Wageningen 2014

Deze week vond ik in mijn boekenkast twee geheel verschillende commentaren op het evangelie, dat u zo juist hoorde voorlezen. Het ene commentaar is heel streng en traditioneel, het andere (voor mij) verrassend nieuw en opzienbarend mild.

Het strenge commentaar ziet met instemming de huidige praktijk van de kerk - inclusief de excommunicatie - weerspiegeld in de evangelietekst. Jezus zegt immers: als hij naar de kerk niet luistert, dan beschouw hem maar als een heiden en een tollenaar. En hij voegt er nog aan toe: wat je op aarde bindt, zal ook in de hemel gebonden zijn; en wat je ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn. Daar is geen speld tussen te krijgen, zou je zo denken.

Het veel mildere commentaar (van Joop Smit) gaat geheel anders te werk. Die auteur zegt: dit stukje evangelie is maar een klein gedeelte van een veel langere rede, de zogenaamde kerkrede van Jezus. Tot wie is die rede eigenlijk gericht? Tot wie richt Jezus zich? vraagt de commentator zich af.

Zijn antwoord luidt: tot ieder die iets in de kerk te zeggen heeft en tot hem of haar, die op een of andere manier belast is met het reilen en zeilen van de geloofsgemeenschap. Je kunt dus denken aan bisschoppen, aan priesters en diakenen, maar ook aan parochieraden, werkgroepen en ieder die een bepaalde taak vervult (of die mens nu veel of weinig in de melk te brokkelen heeft).

De vraag, die Jezus in deze perikoop aan de orde stelt, is: hoe gaan jullie nu om met iemand die op een of andere manier dwarsligt? Het eerste wat deze milde exegeet opmerkt is, dat Jezus daarvoor een lange en zorgvuldige procedure in het leven geroepen heeft. Iemand wordt niet zomaar afgeschreven. Ieder mag er zijn wie hij of zij is.

Eerst een gesprek onder vier ogen, dan – zo nodig - met een paar getuigen erbij. Is dat nog niet voldoende om tot een vergelijk te komen dan komt de hele gemeenschap er aan te pas. Lukt het dan nog niet om in vrede met elkaar te leven en ben je de wanhoop nabij… dán beschouw die persoon maar als een heiden en een tollenaar.

Maar, Pas op! Hoort u in die laatste zin ook een lichtironisch toontje? Want hoe ging Jezus zelf met heidenen en tollenaar om? Laat hij in de parabel niet 99 schapen achter om de ene te zoeken; en rust hij niet voor hij – vol liefde - het ene verdwaalde dier heeft teruggevonden?

Tussen haakjes, van de huidige paus doet een bonmot de ronde, dat we - nu omgekeerd - het ene schaap dat nog in de stal staat, in de steek moeten laten om de 99 andere te zoeken, die blijkbaar de weg kwijt zijn geraakt en verdwaald!

Hoe het ook zij, de gedachte, die je tegenwoordig soms hoort: een kleine kerk met uitsluitend goede en getrouwe christenen, is beter dan een grote kerk met veel zo-zo-christenen… die gedachte deelt Paus Franciscus blijkbaar niet. Sterker nog, die zienswijze lijkt mij zelfs totaal vreemd aan het optreden van Jezus en niet in overeenstemming met de teksten van het Nieuwe Testament.

Mijn zienswijze – zo gaat die mildere exegeet verder – wordt nog bevestigd in de tweede helft van deze korte perikoop. Het gezegde van 'binden en ontbinden' leest hij niet als een privilege, als een aanstelling in een gezagsvolle positie! Hij verstaat die tekst liever als een waarschuwing: beste gezagsdrager, hoe jij met je mensen omgaat, dat heeft zijn repercussies, zijn gevolgen, in de hemel! Pas dus op, op bij alles wat je doet of wat je nalaat.

En die volgende regel (over die twee mensen die gehoord worden als ze eensgezind iets vragen) laat hij terug slaan op die één of twee getuigen, die biddend het gesprek met de dwarsligger aanhoren. Biddend aanwezig zijn bij dat gesprek, zal zijn uitwerking niet missen.

Hetzelfde geldt voor de hele gemeente die te hulp geroepen was. Wanneer we zo zorgvuldig met elkaar omgaan, zoals in deze perikoop beschreven wordt, is Jezus in ons midden.

Zo wordt in deze evangeliepassage een liefdevolle, spirituele omgang beschreven binnen de kerkgemeenschap met mensen die een afwijkende mening hebben, of een afwijkend gedrag vertonen.

Maar misschien zegt u: ik héb helemaal geen stem, geen gezag binnen de geloofsgemeenschap. Ik ben maar een gewone gelovige. Mij is geen taak, geen verantwoordelijkheid opgelegd. Wat moet ik dan met dit verhaal, of met deze mildere uitleg?

Mij dunkt, dat wat in de kerk zou moeten gelden, geldt ook voor de manier waarop alle mensen met elkaar om zouden moeten gaan in het leven van alledag: zorgvuldig en liefdevol.

Hoe gemakkelijk schrijven we iemand niet af? Laat die maar in zijn eigen vet gaar smoren… Hij? Dat is een vent van niks… Een grote nul!... Zij? Oh, haar kan ik niet uitstaan!… Onze uitdrukkingen om iemand af te schrijven of neer te halen  zijn immers legio.

 

Onze zondagse bijeenkomst - hier in de kerk - is vanaf het openingslied tot en met het koffie drinken in de verrijzeniszaal en het napraten op het kerkplein één grote oefening in het zorgvuldig omgaan met elkaar en met onze God. Niemand mag worden afgeschreven, niemand buitengesloten, niemand gekleineerd.

Een oefening is onze samenkomst, om het de komende week in praktijk te kunnen brengen; vermoedelijk met vallen en opstaan. Telkens opnieuw proberend; met de gezindheid die er was in Christus Jezus (Fil. 2:5) voor ogen, die we in de overweging van het evangelie hebben ervaren. Of, de eerste lezing beamend: in de zorgvuldige liefde vindt heel de Thora - Wet en Profeten - zijn vervulling.

Secretariaat

Bergstraat 17
6701 AB Wageningen
0317 - 747111
Email 

 

Bereikbaarheid
Wo en Vr 10:00 – 11:00
In spoedgevallen:
06 - 16 77 77 05

ICC (English)

Parochieblad

Copyright © 2020 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.