RK Wageningen

Zondag, 26 januari 2020

19de zondag door het jaar A

1 KONINGEN  19

  9        Elia ging een grot binnen om er de nacht door te brengen.

Toen richtte de heer zich tot hem met de woorden:

Elia, wat doe je hier?

10        Elia antwoordde:

Ik heb me met volle overgave ingezet voor de heer,

de God van de hemelse machten,

maar de Israëlieten hebben uw verbond met hen

naast zich neergelegd,

uw altaren verwoest en uw profeten gedood.

Ik ben als enige overgebleven,

en nu hebben ze het ook op mijn leven voorzien.

11        Kom naar buiten, zei de heer,

en treed hier op de berg voor mij aan.

En daar kwam de heer voorbij.        

Er ging een grote, krachtige windvlaag voor de heer uit,

die de bergen spleet en de rotsen aan stukken sloeg,

maar de heer bevond zich niet in die windvlaag.     

Na de windvlaag kwam er een aardbeving,

maar de heer bevond zich niet in die aardbeving.

12        Na de aardbeving was er vuur,

maar de heer bevond zich niet in dat vuur.

Na het vuur klonk het gefluister van een zachte bries.

13        Toen Elia dat hoorde,

sloeg hij zijn mantel voor zijn gezicht.

Hij kwam naar buiten en ging in de opening van de grot staan,

en daar klonk een stem die tot hem sprak:

15        Keer terug en ga naar de woestijn van Damascus.

Daar aangekomen

moet je Hazaël tot koning van Aram zalven.

16       Jehu, de zoon van Nimsi, moet je zalven tot koning van Israël,

en Elisa, de zoon van Safat, moet je zalven tot je eigen opvolger.

NEGENTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR A

I Koningen 19:9-13

Matteüs    14:22-33

Wageningen 2014

Hoe moet het nu in Godsnaam verder? zo moet Elia gedacht hebben. In zijn tijd stond de godsdienst er bar slecht voor. Het Verbond met de Eeuwige kende nauwelijks nog trouwe gelovigen, de heiligdommen lagen in puin, de altaren waren verwaarloos en verlaten. Profeten – als ze er al waren – werden door het volk niet eens opgemerkt, laat staan dat ze in staat werden gesteld om leiding te geven of de mensen weer terug te voeren op het pad van de Thora, zoals die indertijd door God zelf was afgekondigd op zijn heilige berg, de Sinai.

Kortom, de tijd van Elia, de situatie waaronder hij moest werken, kun je bijna naadloos leggen op onze eigen tijd. Ook onze altaren liggen er soms verlaten bij; kerken moeten noodgedwongen gesloten worden bij gebrek aan financiën, tekort aan bedienaren en vooral door het steeds kleiner wordende aantal gelovigen. Wie nog naar de kerk gaat, wie zich verbonden weet met een geloofsgemeenschap, wordt door de spraakmakende meerderheid - en soms ook in de media - weggezet als: dom, achtergebleven, niet meer van deze tijd. Althans zo voelt het aan.

Net als de meesten van ons, had Elia ook een geheel andere tijd gekend. Onlangs nog had hij op de Berg Karmel een eclatante overwinning behaald. In zijn eentje had hij het opgenomen tegen vier honderd notoire tegenstanders van het Godsverbond en hen op overtuigende wijze de mond gesnoerd. Legendarisch was het wonder dat zich dankzij zijn vurig gebed, zijn rotsvast geloof voltrokken had. Toen sloten mensen zich in groten getale bij Elia aan. De-heer-van-de-Sinai beleden zij opnieuw als hun God, en de Thora werd weer gezien als de betrouwbare gids naar een gelukkig bestaan.

Die opleving van geestelijk leven bleek helaas maar van zeer korte duur. Spoedig sloeg de armzalige tijdgeest weer toe en de meeste Israelieten omarmden probleemloos de zogenaamde nieuwe tijd.

Iets dergelijk hebben velen van ons ook meegemaakt. Want ook in ons land is het spirituele landschap dramatisch en drastisch gewijzigd. Waren vroeger Islam en Boeddhisme godsdiensten uit verre en exotische landen, nu kan je buurman een boeddhist zijn, en moslims blijken stadgenoten. Maar, en dat is nog veel ingrijpender, het kerkelijk leven zelf is in die jaren onder druk komen te staan. Hele generaties van mensen, mensen vaak die je heel dierbaar zijn en niet zelden je eigen kinderen, hebben afgehaakt of zij onderhouden nog maar een zeer zwakke band met de geloofsgemeenschap, waarin zij zijn opgevoed.

In de jaren zestig en zeventig verkeerden we nog in een optimistische en eufore stemming. We leefden met de sterke verwachting van aggornamento en vernieuwing. We begonnen toen de eucharistie in het Nederlands te vieren; en het Cantate Domino canticum novum, zingt de Heer toe in nieuwe liederen, riep dezelfde vreugde op als die waarvan de psalmen gewag maken. Al moet ik er meteen bijzeggen: ieder heeft zo zijn heel eigen herinneringen aan die tijd.

Gaandeweg echter - wel steeds met heftiger schokken - sloeg de stemming om. Niets was nog veilig, niets nog zeker, zelfs de meest intieme geloofswaarheden werden luidruchtig betwijfeld. Er verschenen boeken als 'Rond-om de Leegte'; 'Het Algemeen betwijfeld Christelijk Geloof';  'Geloven in een God die niet Bestaat'. En, wie zou dat 50, 60 jaar geleden geloofd hebben? die boeken zijn bestsellers gebleken! Ze worden verslonden niet alleen door onkerkelijke en randgelovige mensen, maar vaak evenzeer door de meest trouwe kerkgangers.

Het ongeschokte geloof in de Eeuwige, zoals we dat kenden in onze kinderjaren, is voor velen niet meer zo vanzelfsprekend. Het Instituut de 'RK Kerk' is niet langer dat machtig bolwerk, dat de zwaarste storm, de hevigste aardbeving, het alles verterende vuur kan weerstaan, althans, niet in onze streken.

De ontroerende, eeuwenoude Elia-legende heeft blijkbaar voor ons, die leven in de 21ste eeuw, nog niets aan actualiteit verloren.

Hoe moet het in godsnaam nu verder, vroeg Elia zich vertwijfeld af - en wij vragen het met hem. Hij zag het echt niet meer zitten.

Toch legde hij zijn profetenmantel niet af. Integendeel. Hij ging op zoek. Hij verliet het land, trok de woestijn in, zocht naar de stilte. Daar - in die verlatenheid en in grote eenzaamheid - stootte iemand-met-een-boodschap, een engel, hem aan. Ga naar de Horeb - zo werd de Sinai in zijn tijd genoemd - en ga daar staan op precies de zelfde plek waar Mozes ook gestaan heeft, daar waar God aan Mozes, voorbij trok. Daar mocht ook Elia zien en ervaren wie God was… en is… en zal zijn... Daar werd hij net als Mozes binnengeleid in Gods trouw. Beiden zagen: nooit zal God het werk van zijn handen in de steek laten!

Het zal u niet verwonderen, dat ik als gelovige, u aanraad de geschiedenis van Elia te lezen en te horen als ons eigen verhaal; dat verhaal op jezelf te betrekken en in geestelijke zin te doen wat de engel zegt: ga in je meditatie op dezelfde plek staan, waar ook Mozes en Elia hebben gestaan. Waar zij de Eeuwige hebben ervaren, waar zij de woorden van bemoediging hebben gehoord en vanwaar zij - als herboren - hun levensweg hebben voortgezet in de rotsvaste overtuiging, dat God zelf de toekomst is, óók van onze wereld en van ónze maatschappij; hij waakt en zal blijven waken over wereld, kerk en geloof.

Een rest - hoe klein en gering misschien ook - zal het zaad zijn dat uitgroeit tot een boom, zoals het bekende mosterdzaadje uit het evangelie.

Prachtig is dat in het vervolg van het Elias-verhaal verwoord. In beelden ziet de profeet de mensengeschiedenis aan zich voorbij trekken. Voor God uit, gaan zijn dienaren: een hevige storm…, die alles door elkaar schudt, dan een alles verslindend vuur…, op zijn beurt gevolgd door een angstig beven… dat zo goed als niets overeind laat staan, (we maken het zelf mee vandaag aan de dag: in Kerk en Wereld) maar uiteindelijk een stilte… een oorverdovende stilte… en in die stilte een stem… lief vermanend, bemoedigend… ga! … Bereid mijn weg.

Stel koningen, regeringen aan, Elia, richt de samenleving in zoals beschreven staat in de Thora, hier in jullie midden afgekondigd. En weet, degene die jouw taak overneemt Elia, hij, je opvolger, Elisa, staat al klaar. Wek hem, zalf hem… de toekomst is al begonnen, want: mijn naam is nog steeds: Ik-zal-er-zijn.

Ik-zal-er-zijn. Dat precies is de boodschap van beide lezingen van vandaag: Houd mij vast – zegt de Eeuwige – Ik houd jullie vast voor altijd. En in het evangelie echoot Jezus van Nazareth dit Godswoord na, en hij beaamt het: ook Ik houd jou vast, zoals ik Petrus heb vastgehouden, toen hij dreigde te verdrinken… Mogen wij gesterkt worden in dat geloof, in dat vertrouwen!

Copyright © 2020 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.