RK Wageningen

Zondag, 26 januari 2020

Vierde zondag van pasen A

VIERDE ZONDAG VAN PASEN A

Handelingen 2: 14a, 36-41

Johannes 10:1-10

Wageningen 2014

We hebben vandaag maar een heel klein stukje gelezen van het beroemde tiende hoofdstuk van het evangelie van Johannes. Dat hoofdstuk staat bekend als het hoofdstuk van de Goede Herder. Maar hoe klein dit gedeelte ook is, het staat boordevol met verwijzingen naar wat wij gewoonlijk het Oude Testament noemen. Je zou er een quiz van kunnen maken: wie vindt de meeste verwijzingen naar het eerste gedeelte van de bijbel?

           

Daar is allereerst het woord 'herder', dat ons onmiddellijk doet denken aan Abraham, aan Mozes, aan David; maar ook aan Rebekka, aan Rachel en Lea. 'Weidegrond' en 'leven in overvloed' herinneren ons aan psalm 23: de Heer is mijn herder, wat méér zou ik verlangen?

Tussen haakjes, in onze perikoop van vandaag is met de Herder God zelf bedoeld! Dat we ook Jezus de Goede Herder mogen noemen - naast de Eeuwige - komt pas verderop in dit hoofdstuk. Hier is nog alleen sprake van God als onze zorgzame Herder.

Als we nog even doorgaan met onze quiz: er zijn veel toespelingen te zien op het Bijbelboek Exodus, het boek van de Uittocht: 'hij leidt hen naar buiten', en 'hij gaat voor hen uit'. U herinnert zich dat: bij de uittocht uit Egypte God zelf hen voorging, overdag in een schaduwrijke wolk - ’s nachts als een kolom van vuur. In het Hebreeuws heet het boek Exodus: het Boek van de Namen. Hier lezen we: 'hij kent zijn schapen bij name'.

Maar wat mij deze week het meeste trof is: 'zijn stem'. Tot driemaal toe wordt er verwezen naar 'zijn stem’, Gods stem.  In navolging van het Oude Testament is 'zijn stem' iets heel kostbaars in de ogen van de joodse mystiek. Met 'zijn stem' heeft God immers - volgens het scheppingsverhaal - de wereld geschapen, toen hij sprák: er zij licht, en er was licht. Met 'zijn stem' heeft hij zijn volk onderricht en vermaand toen de profeten schreven: Zó spreekt de Heer... (bijvoorbeeld) je zult je naasten liefhebben als jezelf…

Ook hier lezen we: zijn schapen luisteren naar zijn stem! Wie tot het volk Gods behoort, luistert naar zijn stem. Vandaag is het Roepingenzondag. Roeping is: luisteren naar zijn stem! Dat geldt niet alleen voor priesters of kloosterlingen, maar, en dat is nog veel meer waar – want dat geldt in de eerste plaats – voor alle gelovigen.

Er zijn niet twee soorten christenen: leken en mensen van de hiërarchie; amateurs en professionals, zogezegd. Johannes onderstreept dat in zijn evangelie door niemand ooit 'apostel' te noemen, ook Petrus wordt in dit evangelie nooit apostel genoemd, of Johannes, of de Andreas. Niemand in zijn verhaal is daar apostel. We zijn in dat evangelieboek allemaal 'leerling' en we blijven dat ook ons hele leven. Niemand komt ooit verder dan leerling zijn: geen priester, geen dominee, zelfs geen bisschop en ook geen paus.

Luisteren naar zijn stem, is de opdracht voor allen, die willen leven naar Gods woord.  Maar hoe doe je dat? Waar en wanneer hoor je nou ooit zijn stem?

Een rabbi had in een van zijn preken gezegd: de stem van God, die op de Sinai de Tien Geboden,  de Tien Woorden, afkondigt (die stem) was zo luid en krachtig, dat die ook nu nog dagelijks en over de hele wereld te horen is. Na afloop van de dienst kwam een van de gelovigen naar hem hoe met de vraag: hoe bedoelt u? Ik wou dat het waar was, wat u zei! Maar ik hoor daar niks van; en ik heb daar ook nooit iets van gehoord, van die stem!?

Wat je zegt, kan heel goed kloppen, antwoordde de rabbi, want … jouw hoofd zit al vol met gedachten, vol met ideeën, het loopt over van beelden en herinneringen, daar kan niksen niemand meer bij.

Sommige mensen noemen dat een babbelfilm, die steeds maar doordraait, terwijl ze nergens een knop vinden om die film stil te zetten. 

Zelfs als je bidt is het één grote woordenbrij. Nergens en nooit is er nog ruimte voor Gods stem. Word stil, wees een en al oor, en ervaar dat Ik God ben, zegt een van de psalmen. Spreek Heer, uw dienaar luistert. Dit woord van de profeet Samuel is de grondhouding van al ons bidden. Althans… dat zou het moeten zijn! Bidden is vooral: luisteren.

Het is in die meditatieve stilte, dat de mens de zin van zijn of haar leven kan vinden, en dat wij onze roeping als gelovige mensen leren kennen.

Om te weten wat we in die stilte mogen verwachten, heeft Jezus ons verteld wat Hij zelf in de stilte van zijn hart gehoord heeft. Met die openbaring sluit onze lezing van het evangelie vandaag af als een richtingaanwijzer voor ons luisteren naar Gods stem.

Jezus zegt: Ik ben gaan beseffen, dat Ik gekomen ben om aan andere mensen léven te geven, en wel leven in al zijn volheid. M.a.w. wat Gods stem mij gezegd heeft is: het centrum,  de zin van mijn bestaan ligt buiten mijzelf. Niet mijn geluk, mijn welbevinden, mijn hemel is het doel van mijn leven. Mijn roeping is - zegt Jezus - de ander; zijn of haar hemel-op-aarde is mijn zending.

Roeping is:

die zin van je leven ontdekken en beamen

in de stilte van je hart.

die stem  van de Herder volgen

dat is de roeping

van allen die de Heer willen volgen.

Copyright © 2020 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.