RK Wageningen

Zaterdag, 8 augustus 2020

Overweging Pasen jaar A

PASEN ZONDAG IN HET JAAR A

Matteüs 28:1-10

Wageningen 2014

Toen in het jaar 70 na Christus Romeinse soldaten Jeruzalem verwoestten en ongelovige mensen de tempel binnendrongen tot in het Heilige der Heilige toe, ging er een schok van verbazing door die groep vandalen. Ze hadden gehoopt in dat Heilige der Heilige iets van hun gading te vinden: een gouden kandelaar, een uiterst kostbare steen, een kunstzinnige voorstelling, of misschien wel een wonderbaarlijk godenbeeld met magische krachten. Maar er was niets, absoluut niets. Een lege, duistere ruimte zonder ramen, zonder uitzicht. En toch, deze donkere kamer, deze verbazingwekkende lege ruimte was het Heilige der Heilige, het kostbaarste, dat het Jodendom bezat: de woonplaats van God bij de mensen. Onbegrijpelijk, dat het Niets (met een hoofdletter!) Gods Tegenwoordigheid kon symboliseren!

In het verhaal van Pasen - zoals Matteüs het ons vertelt – bevinden we ons vandaag, op Paasmorgen, weer bij een absoluut lege ruimte, die ons tot geloven oproept. Lang voor het verhaal van het lege graf onder christenen begon te circuleren, had de jonge kerk haar geloof in de opstanding van Jezus al krachtig beleden. Ze deden dat met een klassieke formulering: We geloven, dat Jezus uit de doden is opgestaan op de derde dag, niet omdat het graf leeg was, maar 'volgens de Schriften'. We geloven dat op gezag van alles wat geschreven staat in wat we gewoonlijk het Oude Testament noemen.

Het evangelie, dat u zojuist hebt gehoord, kunt u dan ook het best beschouwen als een meditatieve tekst, als een handleiding, om dit mysterievol gebeuren, biddend te overwegen. Samen met de vrouwen zijn we - weer volgens het narratief - deze morgen bij het graf aangekomen. In het verhaal van Matteüs zijn zij niet gekomen om het lichaam van Jezus te zalven. Neen, zij zijn naar hier gekomen om te schóúwen. Om de positieve kant van die leegte diep in zich op te nemen.

Het 'Niets' blijkt ook hier niet niks te zijn, maar een geheimvol mysterie te bevatten. Die vrouwen - en ook wij - zijn gekomen om te horen, waar dat alles naar verwijst.

De steen is weggerold, door de Engel des Heren, weet de verteller. Wie anders kan er graven openen en mensen doen opstaan dan de Eeuwige zelf? De aarde beeft van dit mysterie. Als het gebeurt: er gaat een schok door de wereld. Het beven plant zich voort in de wachters. Dood is immers dood, punt uit! Zo ervaren we dat toch allemaal?

Of misschien toch niet helemaal. U kent wellicht deze ervaring ook: je hebt een geliefd mens begraven. Je weet zeker, dat hij of zij gestorven is en toch… Van tijd tot tijd betrap je je er op, dat je denkt, dat hij of zij zodadelijk thuis zal komen. Ja soms meen je een ogenblik, dat je haar ziet lopen, midden tussen de mensen, in een drukke winkelstraat. Een kiem van verrijzenisgeloof, een kiem van hoop op opstanding, heeft God allang geleden in onze ziel neergelegd. Ook heeft hij het uitgetekend, zichtbaar gemaakt in iedere lente, in het nieuwe Leven, dat zich ontvouwt.

Hoe het ook zij, de Engel is gaan zitten als een gezagvolle leraar. Hij doet zo gezegd een uitspraak 'ex cathedra', een onfeilbare uitspraak. Dat, wat je hoopt, wat je gelooft, heeft hier een aanvang genomen. God heeft Jezus als eerste doen opstaan. Hij leeft! En nogmaals worden we door de Engel uitgenodigd om die leegte plek te aanschouwen: zie, dit is de plek, waar hij gelegen heeft. De Leegte als een symbool van zijn lieve Tegenwoordigheid onder ons.

God heeft hem doen opstaan, zoals hij voorzegd heeft. Jezus kon dat tijdens zijn aardse leven zo stellig voorzeggen, omdat hij altijd oprecht in de opstanding geloofd heeft. Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je hem ook zien, voegt de Engel er aan toe.

Wat kan er voor ons - voor u en mij - bedoeld zijn met Galilea, waar we hem zullen zien? De leerlingen moeten teruggaan naar hun thuissituatie, daar waar ze altijd geleefd en gewerkt hebben. Weg van het graf, want wat zou je de Levende zoeken bij de doden? Daar waar jouw leven ligt, dáár kun je hem vinden.

Dat hebben we ook altijd geleerd en gehoord. Dat Jezus zich verbergt in een kind om voor te zorgen, in een behoeftige, die om hulp vraagt. In een zieke, een stervende, in een gevangene, een vluchteling, een asielzoeker, in een vreemdeling is hij aanwezig. Je vindt Jezus in wie je naaste is. Dat we hem daar ook steeds meer mogen zien, en steeds meer mogen ervaren, is een echte Paaswens, de juiste bede op deze zondag.

En terwijl de vrouwen zich nu opmaken om het goede nieuws aan de leerlingen te gaan verkondigen, dat het echt waar is, dat de doden zullen verrijzen, volgt nog een verrassing. Zij mogen zelf Jezus ontmoeten. Hij komt hen - in alle betekenissen van het woord - tegemoet.

Jezus onderstreept, wat de Engel al zo gezagvol verkondigd heeft. Maar hij wil er nog één ding aan toevoegen: iets, dat hij alleen zelf ons kan openbaren. Hij zegt: verkondig aan mijn broeders en zusters… Ondanks alles, wat er gebeurd is aan verloochening, aan wegvluchten en hem in de steek laten, hij aanvaardt hen én ons - hoe ons leven ook verlopen is - als zijn broer en zijn zuster. Hij is de vergeving van alle zonden. Wij worden vandaag opnieuw opgenomen in de intimiteit van zijn familie.

Het woord 'opstaan' wordt in de bijbel bijna altijd gevolgd door het woordje 'en'. Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan, zegt de verloren zoon. Sta op Heer, bidt de psalmist, en kom mij bevrijden. M.a.w. Pasen, opstanding, is niet een happy end na een intrieste gebeurtenis. Pasen betekent geen einde, maar juist een nieuw begin, Gods lente in de gemeenschap rond Jezus met uitzicht op een goede zomer. Hij is opgestaan om voortaan Onze lieve Heer te zijn.

Zo moge het voor ons allen een goede en gezegend Pasen zijn.

Secretariaat

Bergstraat 17
6701 AB Wageningen
0317 - 747111
Email 

 

Bereikbaarheid
Wo en Vr 10:00 – 11:00
In spoedgevallen:
06 - 16 77 77 05

ICC (English)

Parochieblad

Copyright © 2020 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.