RK Wageningen

Zondag, 26 januari 2020

Eerste zondag van de vasten Jaar A

EERSTE ZONDAG VAN DE VASTEN A

Matteüs 4:1-11

Wageningen 2014

Op deze eerste zondag van de veertigdagentijd wordt ons het verhaal van Jezus-in-de-woestijn meegegeven op weg naar Pasen. Het mag ons dienen als richtingwijzer en gids. Dit narratief is gekozen – zo lijkt het – wegens het woord 'vasten', het vasten van Jezus.

We worden daarmee uitgenodigd om – in liefde – ons bij Jezus aan te sluiten en ons iets (of veel) te ontzeggen, al naar gelang Gods Geest ons ingeeft en in overeenstemming met ons gezond verstand.

Maar wat je je ook voorneemt, alleen als je het waar maakt met een opgeruimd hart en met een blij gezicht, is het van waarde, zo weet Jezus ons in de Bergrede ons te verzekeren (Mt. 7:16 e.v.).

Heel wonderlijk is echter… pas als het vasten van Jezus goed en wel helemaal voorbij is, pas dan neemt het eigenlijke evangelieverhaal een aanvang! Voor ons klinkt dan een volgende – een tweede – aanwijzing voor de komende weken. Die richtlijn wordt door Jezus uitgesproken en hij is een citaat uit het Oude Testament. Niet van brood alleen zal de mens leven, maar van ieder woord dat voortkomt uit de mond van God.

Deze woorden hebben het vasten van Jezus gekleurd. Die woorden mogen ook onze veertigdagentijd kleuren. Zij geven het doel aan dat hij beoogt met zijn verblijf in de woestijn: in contact komen met het Woord van God.

Onze vormgeving van de veertigdagentijd, ons 'vasten' zou geen ander doel mogen hebben dan: Gaan leven uit ieder woord dat voortkomt uit de mond van God!

Populair gezegd: de vraag met Pasen is niet: hoeveel ben ik met mijn vasten afgevallen? De juiste vragen luiden: wat ben ik er wijzer van geworden? Hoezeer ben ik gegroeid in kennis van Gods Woord? Hoezeer is mijn liefde tot de Eeuwige toegenomen? en mijn liefde tot zijn Zoon Jezus? en hoezeer ben ik gegroeid in mijn liefde tot mijn naasten?

(tussen haakjes: ik kan wel veel geld gegeven hebben aan de vastenactie, mij zelfs hebben uitgesloofd om dat project een groot succes te laten zijn, maar dat wil nog niet zeggen dat mijn liefdevolle aandacht voor wie mij het allernaast zijn, is toegenomen in het leven van alledag!)

Het is daarom zaak dat we het gehele verhaal, dat Matteüs ons vandaag voorhoudt, op ons laten inwerken.

Dat narratief sluit naadloos aan op wat na de doop van Jezus gebeurde: een stem uit de hemel: jij bent mijn zoon, mijn lieve liefste! In de vertelling van vandaag test de satan, de dwarsligger, die hemelse woorden uit: hoe vat jij, Jezus, die woorden eigenlijk op? vraagt de duivel hem. Ga je er prat op dat je de Zoon van God bent? Denk je dat jij meer bent, machtiger dan alle anderen? Verhef jij je boven andere mensen en kijk je op hen neer? Acht je jezelf nu onkwetsbaar. omdat God zegt dat hij jouw Vader is?

In de antwoorden, die Jezus aan de uitdager geeft, blijkt dat hij absoluut geen extra privileges voor zichzelf verwacht, dat hij geen wonder voor zichzelf zal verrichten; dat hij net als iedere gelovige steun en troost zoekt in Gods Woord; dat hij trouw is aan de Thora en zijn hele leven en al zijn gedachten vorm geeft in eenheid met Mozes en met diens onderricht.

Verschillende van de bekoringen, die hier verteld werden, zullen we teruglezen als we komende dagen ook het evangelie ter hand nemen. Farizeeën en schriftgeleerden zullen vragen om tekenen, opdat we - zo zeggen zij – 'in U kunnen geloven'; toevallige voorbijgangers die de Calvariëberg passeren, zullen gaan schreeuwen: als je de zoon van God bent, red dan jezelf! Ook de mensen van het sanhedrin zullen niet schromen de woorden van de satan in de mond te nemen: als je dan toch de zoon van God bent, kom dan af van je kruis(Mt. 27:39-42)! Hierop volgt een betekenisvol zwijgen van Jezus kant: ze hebben immers Mozes en de profeten, laten ze eens naar hen luisteren.

In de woestijn, maar ook tijdens heel zijn aardse leven en zelfs bij de gewelddadige dood, die hij gestorven is, heeft Jezus in alle nederigheid ons getoond wat zoon van God/dochter van God voor hem eigenlijk inhoudt: hij zoekt niets anders dan 'waarachtig mens te zijn'. Jezus is daarmee ons voorbeeld van echte humaniteit. Dat is onze derde aanwijzing voor deze veertigdagentijd: het inoefenen van waarachtig mens-zijn.

Zelf heeft Jezus dat in een ontroerende oneliner vastgelegd: ik ben niet gekomen om gediend te worden, ik ben juist gekomen om dienaar van allen te zijn,

De veertigdagentijd is op de keeper beschouwd niets anders dan een oefenschool om in zijn voetsporen te treden, hem te volgen en net als hij méns te  worden.

We doen dat

·        door Jezus na te volgen in zijn

vasten…

zijn bidden…

en aalmoezen geven, (bijvoorbeeld door het steunen van de vastenactie)

drie werken van vroomheid door Jezus aanbevolen in de Bergrede

·        door mediterend en biddend te lezen in het zg. Oude Testament

en ons te laven aan dezelfde teksten waar ook hij zijn inspiratie vond

·        door ons via de evangeliën – eveneens biddend en mediterend - te oriënteren op het leven sterven van Jezus

Zó moge door Gods genade voor ons allen de veertigdagentijd een gezegende tijd  worden. Een waarachtige voorbereiding op Pasen het feest van het Nieuwe Leven.

Copyright © 2020 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.