Opening tentoonstelling
Wageningen
20 februari 2010
Goede middag
Dames en heren
En van harte welkom
We zijn hier vanmiddag samen om een feestelijk tintje te geven aan de opening van de tentoonstelling van de schilderijen van Marc de Klijn en van de ceramische beelden en objecten van zijn vrouw Henny van Hartingsveld. Deze tentoonstelling zal onze geloofsgemeenschap begeleiden gedurende de veertigdagentijd op weg naar Pasen. Van Donker naar Licht.
Tentoongestelde kunstwerken kennen een tweevoudige relatie. De eerste heeft zijn grondslag in het verleden. Het is de band, die zij hebben met hun maker, hun schepper. Van hem of haar dragen zij karakteristieke sporen en eigenschappen. Wie daarin een beetje geschoold is kan vaak onmiddellijk zeggen: dat lijkt me een Chagall, dat? een Monet, en dat? een Gaugain.
De tweede relatie ligt in de toekomst, als een mogelijkheid. Die relatie kan ontstaan tussen het artistieke object en de toevallige toeschouwer, de bezoeker van de tentoonstelling. Zoals we zo treffend in gewoon Nederlands kunnen zeggen: ik heb iets met dat beeld, met dat schilderij. of zelfs, met al het werk van die kunstenaar of die kunstenares. Om die reden willen wij, moderne mensen, graag iets meer te weten komen over de schilder of beeldhoudster.
Marc de Klijn is geboren in 1939. Om precies te zijn op 13 februari. Vorige week zaterdag was dus zijn 71ste verjaardag. Nog proficiat! Maar dat getal 1939 kan je doen schrikken: zo vlak voor de oorlog, vooral als je weet, dat Marc ouders had van joodse afkomst. Dat betekende voor hem als heel klein kind al onderduiken, gescheiden worden van je vader en moeder, opgroeien in een pleeggezin bij gelovige christelijke mensen en via hen de verhalen uit je eigen joodse bijbel, de Tenach, leren kennen.
Ook zijn ouders overleefden die verschrikkelijke jaren, dank zij andere moedige mensen. Maar vooral na de oorlog wilden zij van hun jood-zijn helemaal niets meer van weten. Deze ontkennende houding heeft later bij Marc indringende vragen opgeroepen naar zijn eigen identiteit.
Die traumatische ervaring van de vroegste kinderjaren af heeft Marc ook de inspiratie gegeven voor een prachtig boek over de Shoa en dat als titel draagt: 'De doden zullen herrijzen'. Naast schilderstukken van Marc en ceramische objecten van Henny vind je er een autobiografische beschrijving van zijn identiteitscrisis, de vroege dood van zijn moeder en hoe die gebeurtenis hem geraakt heeft, zijn opleiding in Basel, zijn studie kunstgeschiedenis en filosofie, zijn carrière als kunstenaar, zijn ontmoeting met Henny, hun beider religieuze zoektocht en nog veel meer. Kortom wie wil weten wat deze kunstenaars bezielt en wat hen bewogen heeft, vindt hier een geschreven en een verbeeld portret van hen beiden.
In zijn religieuze zoektocht is Marc niet alleen opnieuw in contact gekomen met zijn joodse wortels, ook het christendom, dat hij als heel klein kind al had meegemaakt, heeft hij op latere leeftijd in zijn leven aanvaard met het ontvangen van de doop, zonder zijn joodse komaf te verloochenen. Samen met zijn vrouw Henny, die van Protestantse huize is, hebben zij uiteindelijk hun geestelijk thuis gevonden bij de Messias belijdende joden, een joods christelijke gemeenschap, die beide tradities als een hechte eenheid proberen te beleven.
Want Henny is ook diep geraakt door de Shoah, met name door het indringende bezoek aan concentratiekampen, Auschwitz, Bergen Belsen, Mauthausen, Theresiënstadt en Dachau. Haar werk heeft hierdoor een inhoudelijke verdieping ondergaan die sterk bepaald is door het individueel menselijke lijden. De laatste jaren houdt zij zich bezig met de betekenis van Israël, de geschiedenis van het Joodse volk, de offers en de beloften, ontleend aan de Thora en de profeten, het herkennen van Jeshua HaMassiach (Jezus, Messias) binnen een joodse context en ten slotte het medeverantwoordelijk zijn voor het menselijke binnen onze eigen leefwereld.
Het zal u niet verwonderen dat deze rijke, bewogen levens sporen hebben nagelaten in alle kunst, die uit hun handen komt en die er nog steeds in doorwerken. Tot zover die eerst relatie: tussen de kunstenaar en zijn of haar werk.
Maar een kunstwerk overstijgt ook zijn schepper. Als een schilderij, als een beeld, geslaagd is, als ze de maker een goed en voldaan gevoel geven, dan zal de kunstenaar – denk ik – zeggen: dank u wel, Hoe hard ik er ook voor gewerkt heb, hoezeer het ook mijn werk is en hoe sterk het ook mijn stempel draagt: het is me uiteindelijk toch geschonken. Een wonderlijke paradox
Vincent van Gogh drukt van diezelfde ervaring maar de helft uit als hij aan zijn broer schrijft: het schilderij, dat ik je hierbij opstuur, is tot stand gekomen door mijn kwast maar te laten gaan.
Een kunstwerk verwijst niet alleen naar de maker, het heeft ook een eigenstandigheid, een eigen zeggingskracht, een eigen vermogen om mensen te ontroeren. We drukken dat mooi uit in zinnen als: dit schilderij… het heeft mij iets te zeggen, of: dit beeld… het doet me wel wat.
Van Chagall wordt verteld, dat hij tegen zijn schilderijen sprak als ze de deur uitgingen. Hij zei dan: jongen, nou moet je het zelf doen, ik kan je verder niet helpen.
Hier ligt de mogelijkheid dat er een tweede relatie ontstaat. Een nieuwe relatie: tussen het kunstwerk en degene die het aandachtig beschouwt. Die stille aandacht in liefde is broodnodig. Want een schilderij, een beeld geeft zijn geheim niet altijd gemakkelijk prijs. Zeker een modern, een wat abstracter werk niet.
Afgelopen donderdag heb ik voor het eerst kennisgemaakt met deze tentoonstelling. Ik had nog geen titels van de werken, geen beschrijvingen, alleen de schilderijen en de beelden waren voorhanden. Wat ik in zo'n geval doe is: gewoon maar wat rondlopen en zien of een van de werken me spontaan 'roept'. Of in gewoon Nederlands: kijken of een werk mij persoonlijk 'aanspreekt'. (wat een wonderlijk taalgebruik!)
Gelukkig, ik werd inderdaad getroffen door een schilderij. Het stelt een Thorarol voor. Op die Thora alleen maar kleuren, geen enkel woord staat er op, geen letter, zelfs geen goddelijke Naam, alleen maar licht en kleur. Op dat moment gebeurde er wat met me. Er popte o.a. een zin in me omhoog: 'de Thora, die gelezen kan worden, is niet de ware Thora, niet de hemelse Thora'.
Zo ongeveer begint ook een Chinees wijsheidsboek, Tao te Ching, waarvan de openingszin luidt: de Naam, die genoemd kan worden is niet de ware Naam. Een verwijzing naar het onzegbare, het mysterie, dat schuil gaat achter alle woorden.
Het schilderij-met-de-veelkleurige-Thorarol is de sleutel geworden, die ook de rest van de tentoonstelling voor mij opende. Ik wens u toe, dat u ook door minstens één kunstwerk letterlijk wordt aangesproken, en dat dit beeld of dat schilderij ook voor u de toegang tot de expositie opent.
Dank u.
Hans Koenen