RK Wageningen

Woensdag, 28 juni 2017

5de zondag door het jaar A 2017

Overweging pater Koenen 5 februari 2017

Jesaja  58:07-10
Matteüs 5:13‑16

                Wageningen 2017

 

Deze maand is de maand met een bijzondere aandacht voor Spiritualiteit. Nu treft het dat we een aantal zondagen achter elkaar lezen uit de Bergrede van Jezus. En wat is er nu mooier en meer toepasselijk in deze periode dan op die zondagen alle aandacht te besteden aan die beroemde toespraak uit de wereld literatuur, de meest mystieke rede van Jezus? 

Het nadeel van iedere zondag maar een klein stukje uit de Bergrede horen is echter, dat je gemakkelijk het verband uit het oog verliest. Daarom zou je eigenlijk door de week die rede van tijd tot moeten overwegen om vooral de opbouw ervan in ogenschouw te nemen. 

Hoe het ook zij, we zijn vorige week begonnen met de zaligsprekingen. We hoorden minstens acht maal mensen ‘zalig’ prijzen, of in een andere vertaling: Op de goede weg ziin… op de goede weg, de armen van geest, zij, die verdriet hebben, barmhartig zijn, vrede stichten enz. Vandaag lezen we het vervolg. 

De zaligsprekingen begonnen als – bijna onpersoonlijke – oneliners, maar op den duur werd je in die opsomming als lezer en toehoorder, door Jezus rechtstreeks zelf aangesproken. Jullie zijn zalig, zo vervolgt hij, en op de goede weg, wanneer ze jullie omwillen van mij, uitschelden en vervolgen. 

Vandaag gaat de Heer zo verder met ons zo persoonlijk aan te spreken. Jullie, zegt hij heel nadrukkelijk, jullie zijn het zout der aarde, jullie zijn het licht van de wereld! Hij zet dat woord ‘jullie’ helemaal voorop in de zin. In de oorspronkelijke taal betekent dat: dit woord krijgt alle aandacht. Jullie! En niemand anders zijn het licht van de wereld! Niet de Farizeeën, noch de Bijbelwetenschappers of Schriftgeleerden, nee júllie zijn dat! 

Bij die boude uitspraak moeten we even stilstaan. Want, hoe bedoelt u? 

Ik heb eens op deze zondag in het buitenland - in een Engelstalige viering - de mensen in de kerk horen zingen: ‘We are the light of the world’. Wij zijn het licht van de wereld. Kunt u zich voorstellen…Voor mij voelde dat toch niet helemaal goed. Die uitspraak van Jezus is te teer, te kwetsbaar, dat wij die uitspraak over onszelf in de mond kunnen nemen, en hardop uit kunnen spreken. Hoe bemoedigend die woorden ook zijn! 

Voordat die uitspraak helemaal wáár is geworden, zijn wij door een heel leesproces heen moeten komen.! We hebben ons moeten toeleggen op een opdracht van acht zaligsprekingen. Zaligsprekingen, die steeds radicaler, steeds intenser werden. Opgeklommen langs trappen van armoede, van verdriet, van hongeren en dorsten naar gerechtigheid, van liefdevolle barmhartigheid en zuiverheid, van vrede stichten. M.a.w. Jezus richt zich tot mensen, die voortdurend gevormd zijn door het leven zelf, gelouterd door de omstandigheden, die tot milde, liefdevolle mensen omgevormd zijn, in de School van het Leven zelf 

Je kunt zeggen, de Bergrede stippelt een levensweg uit. Iedere dag sta je weer aan een nieuw begin. Iedere dag begin je jouw tocht bij vers 1, vaak met vallen en opstaan. En als de Heer je prijst (jij hoort bij de mensen, die het licht van de wereld zijn, het zout der aarde) sla je dan niet op je borst, (we are the light of the World) neen! maar weet dat je nog steeds een lange weg te gaan hebt. 

Wees niettemin wel dankbaar voor de lieve bemoediging die de Heer je zo gul en grootmoedig geeft. Je mag daar je sterkte in vinden. Besef evenwel: hier is geen halteplaats, geen plek om je tent op te slaan.  Er wachten immers steeds weer nieuwe uitdagingen. 

Want, waar staan die woorden ‘zout’ en ‘licht’ voor: jullie zijn het zout der aarde, jullie zijn het licht van de wereld? 

Op die vragen geeft de eerste lezing uit het zogenaamde Oude Testament ons een antwoord. De prediking van Jezus is immers een actueel commentaar bij de verhalen uit de Thora en bij die uitleg steunt de Heer vooral op de leefwijze, die de profeten hebben uitgestippeld. 

Het zal je deze zondag en de komende zondagen opvallen dat de eerste lezing steeds spreekt over je gedrag. Soms is daarbij een van de profeten aan het woord en hij zal op zijn geliefde thema hameren: het recht en gerechtigheid lief hebben, óf we lezen uit de Thora en dan komen de geboden aan de orde, of de Geschriften liggen op de lezenaar en dan weerklinken de werken van Barmhartigheid. 

Nergens in deze redevoering houdt Jezus ons ‘iets te geloven’ voor. Hij heeft het liever over een godwelgevallige manier van leven. Leven in gelovig vertrouwen, leven met hoop, dat het uiteindelijk goed komt, hoe zwart de wereld je ook toeschijnt. Leven in liefde, dat vooral – leven in verbondenheid met wie je dierbaar zijn en zelfs met hen, die je niet zo goed gezind zijn. 

Om het maar eens met actuele woorden van deze tijd te zeggen, nergens in de Bijbel, noch in de Thora, noch bij de Profeten of in de Geschriften, laat staan in de evangeliën staat geschreven: ‘ik eerst’, of ‘wij eerst’, ook niet ‘Amerika eerst’ of ‘eigen volk eerst’. 

De constante prediking - zowel bij de joden als bij de christenen - is niet anders dan wat Jesaja voor ons vandaag zo liefdevol heeft opgetekend: 

Is het je niet geboden
O mens:
je brood te breken voor wie honger lijdt,
en dat je armen en zwervers bij je opneemt? 

En wanneer je een naakte ziet
dat je hem bedekt met jouw kleren,
en dat je
van je eigen vlees–en–bloed niet wegkijkt?
Dán
zal jouw licht doorbreken als de dageraad, 

Zo belooft ook Jezus in de Bergrede:
want
Jullie zijn het licht van de wereld,
het zout der arde.

Copyright © 2017 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.