RK Wageningen

Dinsdag, 28 maart 2017

Hoogfeest van Kerstmis 2016

Overweging pater Koenen 25 december 2016

Jesaja 9:01-06
Lucas 2:01-20

Wageningen 2016

 

Op het Hoogfeest van Kerstmis voert de liturgie ons naar de geboortegrot van Jezus van Nazareth, in de stad van David, Bethlehem. Zij doet dat aan de hand van Jesaja, een profeet die acht eeuwen voor Christus leefde. Die woordvoerder Gods heeft een tekst gedicht, waarvan je zou kunnen zeggen, dat hij is opgetekend: ‘op de groei’. U hebt die woorden zojuist gehoord als lezing uit het zogenaamde Oude Testament. 

In eerste instantie waren die troostrijke woorden bestemd voor de tijdgenoten van de profeet. Het Beloofde Land verkeerde toen in een erbarmelijke toestand, een complete chaos. Het rijk werd geregeerd door koning Achaz, die – volgens de Bijbel – deed, wat kwaad was in de ogen van de Eeuwige. De bewoners van Jeruzalem leefden voortdurende in angst, bedreigd als zij waren door het geweld van wrede troepen uit het verre Assyrië. 

Maar ook weduwen en wezen, vreemdelingen en andere arme mensen in het land voelden zich bestolen en bekocht door rijkere medeburgers. Hun klachten werden echter door niemand gehoord. Kortom ‘gewone’ mensen leefden in die tijd in diepe duisternis. Sommigen van ons zouden zeggen: in een duisternis, misschien even intens, als die de wereld nu, in onze dagen, omringt. 

Want waar moet het naartoe, met onze bedreigde aarde? Met de steeds krimpende kerken? Met een tanende democratie, waar menigeen niet eens meer in gelooft? Met dood en verwoesting zaaiende vrachtwagens, met nepnieuws en wereldwijd populisme? Wat is de toekomst voor een onvoorspelbare massa van ontevreden en teleurgestelde kiezers, hier en elders? Waar kan een menigte op drift naar uitzien? 

Maar de profeet hield vol…Hij bleef wijzen op betere tijden… en hij doet dat volgens Gods Woord nog steeds… ‘en toch…!’, is zijn blijvende boodschap. En toch… komt er een andere tijd, een andere koning, andere leiders. God laat zijn volk niet en nooit in de steek. Koning Hizkia, nota bene de zoon van Achaz, zal wél regeren naar Gods hart. En… zoals de profeet had voorzegd, zó geschiedde. 

Ook eeuwen later, toen Jeruzalem in een vreselijke oorlog met de grond gelijk gemaakt was, de mensen naar Babylon werden gedeporteerd en een duisternis de aarde nog veel ondoordringender bedekte, (ook toen) greep men terug naar die zelfde woorden van Jesaja, die we zo-even lazen…om de wanhoop te bezweren en troost en hoop te vinden in de onverwoestbare traditie van het geloof. 

De Eeuwige is steeds nabij met zijn menslievende aandacht…, ondanks alle verdriet, ondanks alle angst en pijn, en ondanks de schijnbaar onoplosbare problemen. Toen en nu! Vrees niet! Zo vermaande in de kerstnacht ook de Engel de wakende herders. Er is groot nieuws! 

Ook de evangelisten in het Nieuwe Testament hebben op hun beurt nog steeds weet van Jesaja. Zij lazen zijn woorden als een profetie, die uiteindelijk in Jezus ten diepste zijn vervulling zal krijgen. 

Zó komen ook wij vandaag samen bij het stalletje van Bethlehem, gedragen door de belofte van het Oude Testament. Rondkijkend in die populaire voorstelling van Maria en Jozef, van de herders met hun schapen, zien we – dicht bij het Kind - de os en de ezel. Wellicht herinnert u zich de woorden, de klacht waar Jesaja, waar hij zijn boek mee opent: 

                        Een rund / een os herkent zijn meester,
                        een ezel kent zijn voederbak,
                        maar Israël mist elk inzicht,
                        mijn volk leeft in onwetendheid (Jesaja 1:3). 

Kijkend naar die dieren en overwegend wat Jesaja over hen zegt, begrijpen we, dat de vreugdeboodschap ‘vrede op aarde’ niet tot stand zal komen als ook wij niet de handen uit de mouwen steken; neen, er komt zeker geen vrede op aarde zonder ons. 

Veel dieper en intenser zullen we moeten gaan luisteren naar wat de profeten te zeggen hebben over dit Kind, dat in de voederbak ligt en dat – zo lief - zijn kleine armpjes uitstrekt naar de alle mensen om hem heen. Ons tot voorbeeld. 

            Een kind is ons geboren, een zoon ons geschonken. Ja, zelfs en vooral is hij voor kleine   mensen bereikbaar (psalm 72), zo zongen we zo-even. 

Vier kostbare namen worden aan dit Kind gegeven, nog voor het op de achtste dag besneden wordt en hij zijn roepnaam ‘Jezus’ krijgt. Vier namen, die het ‘En Toch…’ van de profeet verder dragen tot aan het Kerstfeest van 2016 toe. Die namen luiden: 

Wonderbare Raadsman, d.w.z. leidsman ten leven; vervolgens: goddelijke Held en Eeuwige Vader – d.w.z. zorgzaam en beschermend, al wie hem dierbaar zijn, en als vierde naam – die ons bijzonder toelacht in deze tijd – Prins van de Vrede 

Wanneer komt die beloofde Prins van de Vrede, waar we zo hartstochtelijk naar verlangen?
Wat zal / wat moet ons aandeel zijn in dat wereldwijde proces van duurzame vrede?
Wat verwacht het Kind-in-de-Kribbe van ons? 

Een antwoord op die vraag, geeft ons een tijdgenoot van Jesaja, de profeet Micha. Bondig pakt hij in een paar regels de gehele leer van Oude en Nieuwe Testament samen: 

Je weet, O mens, wat de Heer verlangt.
Niets anders
dan dat je je naaste,
tot zijn recht doet komen.
Dus, de liefde liefhebben.
En nederig te wandelen op de weg van je God.
                                                                 Micha 6:8

Met die eenvoudige profetenwoorden,
Die iedere mens kan verstaan - gelovig of niet -
Wensen wij u allen
Van harte
Een zalig en gezegend Kerstfeest.

Copyright © 2017 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.