RK Wageningen

Maandag, 23 oktober 2017

2de zondag van de advent A 2016

Overweging pater Koenen 4 december 2016

Jesaja  11:1-10
Matteüs 3:1‑13

Wageningen 2016

 

De beide lezingen van vandaag laten elk een geschreven portret van Jezus zien. Het portret uit de Tenach is geschreven door Jesaja. Het ligt in kleinere fragmenten door geheel dat profetische Bijbelboek verspreidt. U hoorde zo’n fragment voorlezen in de eerste lezing. 

Het portret uit het Nieuwe Testament is opgetekend door Matteüs uit de mond van Johannes de Doper. 

Jesaja begint vandaag zijn gesproken portret met een reuachtige paradox. Hij voert een boomstronk op, waar alle leven weliswaar uit geweken is, maar die toch – als door een wonder - een twijg, een nakomeling voort-brengt! Die telg zal een verre nazaat zijn van Jesse, de vader van David. 

Met dat Davidische koningshuis is het in Israel tragisch verlopen. Op den duur verdween heel de bevolking, mét zijn koning in ballingschap. Hoe kwam het toch dat het zo ernstig misgegaan is met Gods uitverkoren volk? 

Volgens Jesaja was het grote kwaad van Israel, dat de mensen – van hoog tot laag -  nauwelijks nog aandacht hadden voor de kwetsbaren, die aan de rand van de samenleving leefden: weduwen en wezen, armen en gebrekkigen, zieken en vreemdelingen, terwijl toch de naastenliefde zo centraal stond (en nog steeds staat), óók in de Thora. 

Wonder boven wonder is echter de hoop op een betere toekomst in Israel nooit geheel verloren gegaan. Want ook toen gold nog steeds het Bijbelse adagium: de dood zal leven baren. Hartstochtelijk bleef men geloven - ondanks alle ellende, zelfs tijdens de ballingschap en verwoesting van Jeruzalem - in het: En toch… En toch is er toekomst, ondanks de barre tijden die wij meemaken. Zelfs een beter vooruitzicht dan wij ooit gekend hebben. 

De nacht loopt ten einde... Aan de horizon daagt de gestalte van een nieuwe koning, een Messias, die in de voetstappen van David zal treden, en die wijzer dan koning Salomo over ons zal regeren. Die verre nazaat, die wij kennen als Jezus van Nazareth, zal bekend staan als een menslievende koning. 

Voor kleine mensen is hij bereikbaar, hij geeft hoop aan rechtelozen… zo zongen we met de psalmist. 

Ook op hem, die de Komende is, zal de geest des Heren rusten, de geest van liefdevolle kennis van de Eeuwige en zijn Thora. Hij zal weet hebben van de vreze des Heren, hij ademt eenzelfde eerbied voor de Eeuwige als voor de armste sloeber op aarde. Zijn menslievendheid en zijn trouw is als een gordel om zijn middel. 

Wie al deze teksten nauwkeurig leest en die woorden mediterend opneemt in zijn of haar hart, zal ervaren dat Hij-die-komt zo goed is… als God zelf. 

Als niemand nog onheil sticht op Gods heilige Berg zullen zelfs kalf en leeuw samen weiden en een zuigeling speelt argeloos bij het hol van een adder. 

Je kunt die poëtische woorden heel letterlijk verstaan. Je kunt ook denken: het lam, het kalf, het bokje, het rund en de zuigeling ver-beelden op symbolische wijze de rechtelozen in onze samenleving. En geen sterker of machtiger mens zal hen verachten of nog langer kwaad doen. 

Na die troostrijke belofte gaan we nu met Jesaja het Nieuwe Testament binnen, en op zijn aanwijzing ontmoeten we Johannes de Doper in de woestijn. 

Maar toen deze Johannes - op zijn heel eigen manier – ook een portret van Jezus ging schilderen, ben je misschien wel even geschrokken, niet? Want wat een bikkelharde taal! De beloofde Messias wordt nu geportretteerd met een wan in de hand, klaar om zijn dorstvloer door en door te reinigen. Kaf? dat zal hij verbranden in een vuur, dat nooit te blussen valt. 

Wat een anticlimax! denk je dan. Jesaja was vanmorgen zo prachtig begonnen met het tekenen van een stralend portret van de Komende, te midden van een harmonieuze natuur. Maar nu! Nu is er sprake van door en door reinigen… 

Misschien moeten we ons eerst afvragen: wat wordt er eigenlijk bedoeld met het ‘kaf’, dat verbrand wordt? Kaf is toch afval, iets dat we kunnen missen aks kiespijn?! 

Bij die vraag en die opmerking klaart de lucht wellicht al een beetje! Want wat kunnen we missen als kiespijn? Haat tussen de volkeren bijvoorbeeld! Dat mag toch wel verbranden in een laaiend vuur van liefde? Niet criminele mensen, maar wel de criminaliteit, niet drugverslaafden, maar wel de dodelijke drugs. 

Ik denk daarbij aan mensen, bij wie kanker geconstateerd is. Hoe verlangen zij niet, dat hun lichaam tot op de bodem gereinigd wordt van alle kwaadaardige cellen? 

Ook als je naar jezelf kijkt: wie wil er niet af van zijn of haar al te grote bezorgdheid, van je weifelachtigheid, van je verslaving, van je angsten, van dat ondraaglijk verdriet, of van wat je ook maar afhoudt om volop als mens te leven en te genieten. 

Dit evangelie zou ons kunnen aansporen om vol vertrouwen te blijven bidden:

 

Kom, Heer Jezus,
kom haastig in ons leven
als de Langverwachte;
kom
als Iemand, die ons vrij maakt
van alles wat ons hindert
bij ons gaan
naar U toe

 

Copyright © 2017 RK Wageningen. Alle rechten voorbehouden.